Federaal
 

Directie van de Verkiezingen

     
IBZ
 
Schets evolutie van de Belgische kieswetgeving
  1. Evolutie van het stemrecht in België

    1. België is een representatieve en parlementaire democratie
      1. Een representatieve democratie

        Via verkiezingen laat de bevolking zich vertegenwoordigen door parlementsleden.

        De bevolking oefent de wetgevende macht dus niet zelf uit, maar laat zich vertegenwoordigen door verkozen parlementsleden. Daarom spreekt men van een representatieve democratie. De gekozenen krijgen van de bevolking voor een bepaalde periode de vrijheid wetten te maken.

        Als de bevolking niet akkoord gaat met de parlementsleden, kan ze bij de volgende verkiezingen andere parlementariërs kiezen.

        Controle via volksraadpleging is in België alleen maar mogelijk op gemeentelijk en provinciaal vlak en is niet bindend. Het referendum blijft wel een politiek discussiepunt.

      2. Een parlementaire democratie

        België kent niet alleen een representatief, maar ook een parlementair stelsel. Hierdoor wordt alleen het parlement verkozen en niet het staatshoofd (de Koning), noch de ministers. De ministers worden benoemd door het staatshoofd. Precies omdat de regering niet verkozen is, moet ze voor haar beleidsdaden bij het verkozen parlement verantwoording afleggen.

    2. Het stemrecht voor het parlement kende in België een grote evolutie

      Bij de eerste verkiezingen van het federale parlement (Kamer en Senaat) in 1831 hadden maar enkele burgers, die een bepaalde cijns (belasting) betaalden, stemrecht. Dit stelsel noemt men het cijnskiesstelsel. Dit betekende dat alleen de rijkere Belgen het recht hadden om de parlementsleden te kiezen.

      Dit cijnskiesrecht is geleidelijk geëvolueerd naar het stelsel van het algemeen enkelvoudig stemrecht, met voor elke burger één stem. Dat gebeurde niet zonder slag of stoot.

      Na bloedige stakingen is in 1893 eerst het algemeen meervoudig stemrecht ingevoerd. In dat stelsel heeft elke man één stem en sommigen, die een bepaalde belasting (“cijns”) betalen of een bepaald diploma (“capaciteit”) hebben, krijgen twee of drie stemmen. In 1893 was de leeftijdsgrens om te mogen stemmen 25 jaar. De vrouwen bleven uitgesloten van het stemrecht.

      In 1919 werd het algemeen enkelvoudig stemrecht ingevoerd (één man, één stem) en werd de leeftijdsgrens van 25 jaar naar 21 jaar gebracht.

      Pas in 1948 werd het stemrecht voor vrouwen ingevoerd.

      Sinds 28 juli 1981 heeft elke burger (man en vrouw) van 18 jaar of meer recht op één stem, op voorwaarde dat hij Belg is. Vreemdelingen hebben geen stemrecht voor de Parlementsverkiezingen.

      Sinds 1893 geldt in België de stemplicht; dit wil zeggen dat iedereen verplicht is om zich op de dag van de verkiezingen in het stemlokaal aan te melden. Maar de stemplicht betekent niet dat iedereen verplicht is om een stem uit te brengen. Blanco of ongeldig stemmen mag ook.

EVOLUTIE VAN HET STEMRECHT IN BELGIE

JAAR

BEVOLKING

AANTAL KIEZERS

KIESSTELSEL

1831

4,1 miljoen

46.000

CIJNSKIESRECHT

1894

6,4 miljoen

1,4 miljoen

ALGEMEEN MEERVOUDIG STEMRECHT MANNEN

1919

7,6 miljoen

2,1 miljoen

ALGEMEEN ENKELVOUDIG STEMRECHT MANNEN

1948

2003

8,6 miljoen

10,3 miljoen

5,6 miljoen

7,5 miljoen

ALGEMEEN ENKELVOUDIG STEMRECHT MANNEN EN VROUWEN

N.B. Sinds 1893 geldt de stemplicht.

In 1981 wordt de vereiste leeftijd om te stemmen 18 jaar.

  1. Evolutie van het kiesstelsel in België

    1. De periode van het cijnskiesrecht (1831 tot 1893)
      1. De Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat werden rechtstreeks gekozen door uitsluitend cijnskiezers

        De stemming ging door in de hoofdplaats van het kiesarrondissement.

        De leden van de Kamer moesten om gekozen te kunnen worden Belg zijn, een woonplaats in België hebben, niet ontzet zijn in hun politieke rechten en 25 jaar oud zijn.

        De leden van de Senaat moesten om gekozen te kunnen worden Belg zijn, hun woonplaats in België hebben, niet ontzet zijn in hun politieke rechten, 40 jaar oud zijn en een bepaald bedrag aan rechtstreekse belastingen betalen.

        De Kamer bestond uit 102 leden, die voor 4 jaar werden gekozen doch om de 2 jaar voor de helft werden vernieuwd. Het aantal leden in de Kamer werd verhoogd in verhouding met de bevolkingsaangroei, die werd vastgesteld bij tienjaarlijkse volkstellingen.

        De Senaat bestond uit 51 leden (de helft van de Kamer), die voor 8 jaar werden gekozen doch om de 4 jaar voor de helft werden vernieuwd.

        - De verkiezingen gebeurden bij absolute meerderheid.

        Stembulletins bevatten een lijststem (“kopstem”) en dan volgde de alfabetische lijst van de kandidaten. Er was geen lijst van plaatsvervangers, zodat het overlijden van een effectief vertegenwoordiger een partiële herverkiezing noodzakelijk maakte. De kiezer schreef zoveel namen op een briefje als er in zijn kiesarrondissement toe te kennen zetels waren, doch hierbij mocht hij panacheren, d.i. kandidaten opschrijven van verschillende lijsten. De kandidaten, die de absolute meerderheid bekwamen en daarbij nog het hoogste aantal stemmen op hun naam kregen, werden voor de vacante parlementszetels verkozen.

        Hierbij dient te worden opgemerkt dat in de eerste helft van de 19de eeuw er geen eigenlijke partijen bestonden maar eerder kiesverenigingen van katholieken en liberalen. Tussen 1831 en 1847 heerste de tijd van het Unionisme of een pact tussen de katholieke en liberale opinierichtingen om officieel een neutraal standpunt t.o.v. de katholiek-liberale tegenstellingen in de opeenvolgende regeringen te nemen.

        In de tweede helft van de 19de eeuw ontwikkelden zich werkelijke partijen van katholieke, liberale en socialistische strekking.

      2. Verkiezingsuitslagen

        Samenstelling van de Kamer en Senaat uitgedrukt in zetels tussen 1847-1893

 

Kamer

Senaat

Jaar

Kath.

Lib.

Kath.

Lib.

Andere

1847

53

55

32

20

2

1848

25

83

22

31

1

1850

39

69

27

27

 

1851

 

 

31

23

 

1852

51

57

27

31

 

1854

54

54

25

33

 

1855

 

 

29

33

 

1856

63

54

34

27

1

1857

38

70

34

28

 

1859

47

69

30

36

 

1861

50

66

32

37

 

1863

57

59

43

26

 

1864

52

64

47

18

4

1866

52

70

46

30

 

1867

 

 

 

 

 

1868

50

72

 

 

 

1870

61

61

 

 

 

1870

72

52

 

 

 

1872

71

53

 

 

 

1874

68

56

 

 

 

1876

67

57

 

 

 

1878

60

72

 

 

 

1880

58

74

 

 

 

1882

59

79

 

 

 

1884

86

52

 

 

 

1886

98

40

 

 

 

1888

98

40

 

 

 

1890

94

44

 

 

 

1892

92

60

 

 

 

  1. De periode van het algemeen enkelvoudig stemrecht (1919 tot heden)

    1. Wijzigingen aan de kieswetgeving

      • Met de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht krijgt elke kiezer slechts 1 stem. De leeftijdgrens om kiezer te zijn wordt verlaagd van 25 naar 21 jaar ; in 1981 van 21 naar 18 jaar. Het stemrecht blijft tot 1948 enkel voorbehouden aan mannen ; vanaf 1949 nemen de vrouwen ook deel aan de verkiezingen.

        De principes van het algemeen enkelvoudig stemrecht, de verplichte en geheime stemming en de stemming in de gemeente worden opgenomen in de Grondwet.

        Door de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht beschikt geen enkele partij nog over een volstrekte meerderheid in het parlement en moeten voortaan coalitieregeringen tussen twee of meer partijen tot stand komen.

      • De voorwaarden om lid van de Kamer te kunnen worden, zijn : Belg zijn, het genot hebben van de burgerlijke en politieke rechten, 25 jaar oud zijn (21 jaar sinds 1991) en zijn woonplaats in België hebben. Alle Kamerleden worden rechtstreeks verkozen. De verdeling van het aantal Kamerleden over de kieskringen gebeurt in verhouding tot het bevolkingsaantal in ieder kiesgebied.

        De voorwaarden om lid van de Senaat te kunnen worden, zijn : Belg zijn, het genot hebben van de burgerlijke en politieke rechten, 40 jaar oud zijn, zijn woonplaats in België hebben en een bepaalde belasting betalen of getuigen van een bepaalde capaciteit.

        Naast de rechtstreeks gekozen senatoren zijn er ook provinciale senatoren(aangewezen door de provincieraden) en gecoöpteerde senatoren (aangewezen door gekozen en provinciale senatoren). De Senaat moet door zijn samenstelling de gematigde politieke instelling blijven.

        De senatoren worden voortaan gekozen voor 4 jaar en terzelfdertijd met de kamerleden.

        Tenslotte zijn er ook nog senatoren van rechtswege, dit zijn de kinderen van de Koning vanaf de leeftijd van 18 jaar.

        Bij de recente Grondwetsherziening in 1993 zijn de voorwaarden om senator te worden dezelfde als om kamerlid te worden.

        De samenstelling en de bevoegdheden van de Senaat zijn afgeslankt en de provinciale senatoren zijn vervangen door de senatoren aangewezen door de gemeenschappen.

      • Bij de verkiezingen wordt, naast het behoud van het systeem D’HONDT, ook het stelsel van de lijstenverbinding of apparentering ingevoerd. De kandidaten van een lijst kunnen namelijk een verklaring afleggen dat zij zich, voor wat de verdeling van de zetels betreft, verbinden met kandidaten van andere lijsten die in andere kieskringen worden voorgedragen. De apparentering is echter wel beperkt tot één provincie. Na een eerste verdeling van rechtstreeks toegewezen zetels in elke kieskring, worden in een tweede fase de resterende zetels verdeeld op provinciaal niveau. Hierbij wordt rekening gehouden met het totaal aantal stembiljetten van de verbonden lijsten in de ganse provincie.

      • Heden zijn er 150 rechtstreeks gekozen leden van de Kamer. Voor de Senaat zijn er : 40 rechtstreeks gekozen senatoren, 21 gemeenschapssenatoren, 10 gecoöpteerde senatoren en 3 senatoren van rechtswege.

    2. Verkiezingsuitslagen

Samenstelling van de Kamer van Volksvertegenwoordigers uitgedrukt in zetels tussen 1919-1939

Jaar

Kath.

Lib.

Soc.

Com.

Vl.Nat.

Rex

Anderen

Totaal

1919

73

34

70

-

5

-

4

186

1921

80

33

68

-

4

-

1

186

1925

78

23

78

2

6

-

-

187

1929

76

28

70

1

11

-

1

187

1932

79

24

73

3

8

-

-

187

1936

63

23

70

9

16

21

-

202

1939

73

33

64

9

17

4

2

202

Samenstelling van de Kamer van Volksvertegenwoordigers uitgedrukt in zetels tussen 1946-2007

Jaar

CD&V

VLD

SP A

KP

FDF

RW

N-VA

PLDP

GROEN!

RAD

VLAAMS

FN

 

 

 

SPIRIT

 

 

 

 

 

 

 

BELANG

Andere

 

CDH

MR

PS(B)

PC

(RW)

 

 

 

ECOLO

UDRT

 

 

1946

92

17

69

23

 

 

 

 

 

 

 

1

1949

105

29

66

12

 

 

 

 

 

 

 

 

1950

108

20

77

7

 

 

 

 

 

 

 

 

1954

95

25

86

4

 

 

1

 

 

 

 

1

1958

104

21

84

2

 

 

1

 

 

 

 

 

1961

96

20

84

5

 

 

5

 

 

 

 

2

1965

77

48

64

6

3(1)

2(2)

12

 

 

 

 

 

1968

69

47

59

5

12

 

20

 

 

 

 

 

1971

67

34

61

5

24

 

21

 

 

 

 

 

1974

72

30

59

4

22

 

22

3(3)

 

 

 

 

1977

80

31(4)

62

2

15

 

20

2(5)

 

 

 

 

1978

82

36

58

4

11

4

14

1

 

 

 

2

1981

61

52

61

2

8

 

20

 

4

3

1

 

1985

65

46

67

 

3(6)

 

16

 

9

1

1

 

1987

62

48

72

 

3

 

16

 

9

 

2

 

1991

57

46

63

 

3

 

10

 

17

 

12

4(7)

1995

41

39

41

 

 

 

5

 

11

 

11

2

1999

32

41

33

 

 

 

8

 

20

 

15

1

2003

29

49

48

 

 

 

1

 

4

 

18

1

2007

40

41

34

 

 

 

 

 

 

 

 

 

N.B.

Bij de lectuur van deze cijfers moet men rekening houden met de invoering van het vrouwenstemrecht in 1949 en de verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd tot 18 jaar in 1981.

In 1949 werd het aantal in de Kamer te begeven zetels opgetrokken van 202 naar 212.

In 1995 daalde het aantal Kamerzetels tot 150.

(1) Front Démocratique des Francophones (FDF nu MR).

(2) Rassemblement Wallon (RW).

(3) In 1974 : oprichting te Brussel van een PLDP (Parti Libéral Démocrate et Pluraliste de la Région Bruxelloise) ; na 1980 opgenomen in de PRL (nu MR).

(4) In 1977 : de PRLW (Parti de Réformes et de la Liberté en Wallonie) is in januari 1977 ontstaan door de samensmelting van de PLP en de ‘anticollectivistische’ vleugel van het Rassemblement Wallon ; na 1980 PRL-PVV is sinds 1992 VLD.

(5) PL : Brusselse Franstalige liberale partij.  Na de opslorping van de Brusselse Franstalige liberalen door het FDF, vooral sedert 1971, is de verdeeldheid onder de Brusselse liberalen zeer groot geweest.  Dat ging gepaard met scheuringen in de partij, de oprichting van nieuwe partijtjes en het overlopen van de ene partij naar de andere ; na 1980 opgenomen in de PRL (nu MR).

(6) Enkel nog FDF.; vanaf 1995 in een kartel met de PRL (nu MR).

(7) Waarvan 3 Rossem en 1 FN

(8) Vlaams Blok -> nu : Vlaams Belang

(9) Lijst De Decker : 5

P.S.CD&V = Voorheen CVP

CDH = Voorheen PSC

VLD = Voorheen PVV

MR = Voorheen PRL – FDF – MCC

SP.A-SPIRIT = Voorheen SP en BSP – voorheen VU-ID

PS = Voorheen PSB

N-VA = Voorheen VU-ID en VU

- Vanaf de invoering van het algemeen meervoudig stemrecht (1900) en het algemeen enkelvoudistemrecht (1919) met evenredige vertegenwoordiging wordt voor de toewijzing van de zetels aan de lijsten het systeem D’HONDT (zie punt 2.c hierboven), alsmede de apparentering (zie punt 3.a hierboven), gebruikt.

- Nadat aan iedere lijst het aantal bekomen zetels is toegewezen, moeten die zetels worden aangewezen aan de kandidaten met de meest behaalde naamstemmen. Deze aanwijzing van de gekozen kandidaten (en opvolgers) is op verschillende wijzen geschied.

- Het laatste decennium heeft de wetgever de directe invloed van de kiezer op de aanwijzing van de kandidaten willen vergroten door de kiezer de mogelijkheid te geven om meerdere naamstemmen binnen dezelfde lijst uit te brengen (vanaf 1995) en om bij het uitbrengen van een lijststem èn naamstemmen binnen eenzelfde lijst enkel rekening te houden met de naamstemmen en de lijststem te laten vervallen (voorheen omgekeerd).

-Vanaf 2001 wordt de devolutieve kracht van de lijststemmen of de overdracht van de lijststemmen naar de eerstgeplaatste kandidaten op een lijst beperkt met de helft. Tevens wordt het onderscheid tussen effectieve kandidaten en kandidaat-opvolgers op een lijst afgeschaft en worden de niet-gekozen kandidaten op een lijst als opvolgers aangewezen.

-Vanaf 2003 worden terug aparte kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers ingevoerd en blijft de devolutieve kracht ten voordele van de volgorde van voordracht beperkt met de helft.

-Het verkiesbaarheidscijfer van een lijst is de maatstaf voor een kandidaat om verkozen te worden. Dit cijfer wordt bekomen door het stemcijfer van de lijst (= het totaal aantal geldige stembiljetten van die lijst) te delen door het aantal behaalde zetels, vermeerderd met 1.

2° Voorbeeld van aanwijzing van gekozenen en opvolgers tot 1994

- De kiezer kan tot 1994 ofwel 1 lijststem uitbrengen, ofwel 1 naamstem voor een kandidaat, ofwel 1 naamstem voor een opvolger of ofwel 1 naamstem voor 1 kandidaat en 1 opvolger en dit steeds binnen éénzelfde lijst.  Bij het uitbrengen van een lijststem èn naamstemmen binnen eenzelfde lijst, vervallen de naamstemmen (de lijststem wordt behouden).

* Aanwijzing gekozen kandidaten

- Aantal stembiljetten met lijststemmen : 30.000

- Aantal stembiljetten met naamstemmen

voor de kandidaten-titularissen : 42.000

Stemcijfer : 72.000

- Aantal verworven zetels voor lijst A : 3

- Verkiesbaarheidscijfer : 72.000 /(3+1) = 18.000

- Aantal stembiljetten voor overdracht : 30.000

N.B. De stembiljetten met lijststemmen bevatten de stembiljetten met loutere lijststemmen en de stembiljetten waarop enkel op een opvolger is gestemd.

De stembiljetten met naamstemmen voor de kandidaten-titularis bevatten de stembiljetten met een stem naast de kandidaat-titularis en de stembiljetten met een stem naast de kandidaat-titularis alsmede naast een kandidaat-opvolger.

Kandidaten

Naamstemmen

Overdracht van de lijststemmen

Totaal Naamstemmen

Gekozenen

1

2.000

+ 16.000

18.000

1

2

3.000

+ 14.000

17.000

3

3

5.000

0

5.000

 

4

14.000

0

14.000

 

5

18.000

0

18.000

2

 

42.000

30.000

72.000

 

Zijn als kandidaten verkozen in volgorde :

kandidaten nr. 1, 5 en 2.

*Aanwijzing van de opvolgers

- Stemcijfer van lijst A : 72.000

- Aantal verworven zetels : 3

- Verkiesbaarheidscijfer : 72.000 / (3+1) = 18.000

- Aantal stembiljetten met naamstemmen voor de kandidaat-opvolgers : 32.000

- Aantal stembiljetten voor overdracht : 40.000

N.B. De stembiljetten met naamstemmen voor de kandidaat-opvolgers bevatten de stembiljetten met een stem naast de opvolger en de stembiljetten met een stem naast de kandidaat-opvolger alsmede naast een kandidaat-titularis.

Kandidaten

Naamstemmen

Overdracht van de lijststemmen

Totaal Naamstemmen

Gekozenen

1

6.000

+ 12.000

18.000

2

2

3.000

+ 15.000

18.000

3

3

2.400

+ 13.000

15.400

4

4

18.600

0

18.600

1

5

400

0

400

6

6

1.600

0

1.600

5

 

32.000

40.000

72.000

 

Zijn als opvolgers verkozen in volgorde :

kandidaten nr. 4, 1, 2, 3, 6 en 5.

3° Voorbeeld van aanwijzing van gekozenen en opvolgers van 1995 tot 2000

  • De kiezer kan vanaf 1995 ofwel een lijststem uitbrengen, ofwel één of meerdere naamstemmen voor titularissen-kandidaat, ofwel één of meerdere naamstemmen voor opvolgers-kandidaat, ofwel één of meerdere naamstemmen voor titularissen-kandidaat en voor opvolgers-kandidaat en dit steeds binnen éénzelfde lijst. Bij het uitbrengen van een lijststem èn naamstemmen op een lijst, vervalt de lijststem.
  • De hoofdbureaus maken onder de geldige stembiljetten een onderscheid, per lijst, voor vier ondercategorieën :
    1. stembiljetten met louter een lijststem ;
    2. stembiljetten met één of meerdere stemmen, enkel voor titularissen ;
    3. stembiljetten met stemmen voor een of meerdere titularissen en opvolgers ;
    4. stembiljetten met één of meerdere stemmen, enkel voor opvolgers.

In het raam van de aanwijzing van de gekozenen, zullen enkel in aanmerking komen voor de overdracht van stemmen ten gunste van de titularissen-kandidaat van een lijst, de stembiljetten van de ondercategorieën 1 en 4 en voor de overdracht van de stemmen ten gunste van de opvolgers-kandidaat, de stembiljetten van de ondercategorieën 1 en 2.

In geen enkel geval mogen de stembiljetten van de ondercategorie 3 in aanmerking genomen worden voor welke overdracht hoedanook.

Stemcijfer = totaal van de ondercategorieën van 1 tot 4 : 72.000

Aantal verworven zetels : 4

Verkiesbaarheidscijfer : 14.400 of (72.000) / (4 + 1)

Verdeling van het stemcijfer volgens :

ondercategorie :

    1. 7.000
    2. 25.000
    3. 34.000
    4. 6.000

    72.000

  • Aantal stembiljetten ten gunste van de orde van voordracht van de titularissen-kandidaat : 13.000 (ondercategorieën 1 + 4)
  • Aantal stembiljetten ten gunste van de orde van voordracht van de opvolgers-kandidaat : 32.000

(ondercategorieën 1 + 2)

Titularissen-kandidaat

Naamstemmen

Overdracht
voor
titularissen-kandidaat

Totaal
Naamstemmen

Gekozenen

1

12.000

+ 2.400

14.400

4ème

2

17.000

-

17.000

2ème

3

20.000

-

20.000

1er

4

5.000

+ 9.400

14.400

-

5

15.000

-

15.000

3ème

 

 

13.000

 

 

Zijn als titularis-kandidaat verkozen in volgorde :

nr. 3, 2, 5 en 1.

Opvolgers–kandidaat

Naamstemmen

Overdracht voor opvolgers

Totaal
Naamstemmen

Gekozenen

1

12.000

 +  2.400

14.400

2ème

2

25.000

-

25.000

1er

3

  5.000

 +  9.400

14.400

3ème

4

  1.000

+ 13.400

14.400

4ème

Zijn als opvolger-kandidaat verkozen in volgorde :

nr. 2, 1, 3 en 4

Bij de opvolgers is het totaal van de stembiljetten bestemd voor de overdracht (32.000 – 25.200 of saldo 6.800) niet volledig opgebruikt.

  • Vanaf 1900 spelen de partijbesturen de belangrijkste rol bij de plaatsing van de kandidaten op de lijst, die niet meer alfabetisch gebeurde maar in de volgorde door het partijbestuur gewenst. De kandidaten die het eerst op de lijst worden geplaatst, worden bevoordeligd doordat de loutere lijststemmen (“kopstem”) die bovenaan de lijst worden gegeven, bij overdracht worden toegekend aan de eerstgeplaatste kandidaten bovenop hun eigenlijke naamstemmen (de kiezer die een loutere kopstem geeft, wordt verondersteld te hebben ingestemd met de voorgedragen volgorde van kandidaten).c. De aanwijzing van de gekozenen en de opvolgers

4° Voorbeeld van aanwijzing van gekozenen en opvolgers tussen 2001 en 2002

  • Doordat er geen aparte opvolgers zijn op een lijst kan de kiezer, ofwel een lijststem uitbrengen ofwel één of meerdere naamstemmen op kandidaten en dit steeds binnen éénzelfde lijst.
  • Bij het uitbrengen van een lijststem èn naamstemmen op een lijst, vervalt de lijststem.
  • De overdracht van de lijststemmen ten gunste van de volgorde van kandidaten wordt beperkt met de helft, zodat de bekomen naamstemmen doorslaggevender worden.
  • Nadat de gekozen kandidaten zijn aangewezen, wordt overgegaan tot de aanduiding van de opvolgers. Wanneer één of meerdere kandidaten op dezelfde lijst verkozen zijn, worden de niet-gekozen kandidaten op dezelfde lijst op dezelfde wijze aangeduid tot opvolger.

  • Aantal stembiljetten met een loutere lijststem :33.000
  • Aantal stembiljetten met naamstemmen :39.000

Stemcijfer : 72.000

  • Aantal verworven zetels : 4
  • Verkiesbaarheidscijfer : (72.000) / (4 + 1) = 14.400
  • Aantal stemmen voor overdracht : 33.000 / 2 = 16.500
  • Gekozenen :

Kandidaten

Naamstemmen

Overdracht

Totaal naamstemmen

Gekozenen

1

9.600

+ 4.800

14.400

3ème

2

2.100

+ 11.700

14.400

4ème

3

7.700

-

7.700

 

4

8.400

-

8.400

 

5

17.300

-

17.300

1er

6

9.700

-

9.700

 

7

16.000

-

16.000

2ème

 

 

16.500

 

 

Zijn als kandidaten verkozen, in volgorde :

Kandidaten nr. 5, 7, 1 en 2.

Kandidaten

Naamstemmen

Overdracht

Totaal
naamstemmen

Gekozenen

3

7.700

+ 6.700

14.400

1er

4

8.400

+ 6.000

14.400

2ème

6

9.700

+ 3.800

13.500

3ème

 

 

  16.500

 

 

Zijn als opvolgers verkozen, in volgorde :

Kandidaten nr. 3, 4 en 6.

N.B. Bovenstaande aanwijzing van de gekozenen en opvolgers geschiedt op deze wijze bij de verkiezing van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap op 13 juni 2004.

5° Voorbeeld van aanwijzing van gekozenen en opvolgers vanaf 2003 voor de federale Parlementsverkiezingen, het Europese Parlement en de Parlementen van gewest en gemeenschap

  • De kiezer kan vanaf 2003 (zoals bij de verkiezingen van 1995 tot 2000) ofwel een lijststem uitbrengen, ofwel één of meerdere naamstemmen voor titularissen-kandidaat, ofwel één of meerdere naamstemmen voor opvolgers- kandidaat, ofwel één of meerdere naamstemmen voor titularissen-kandidaat en voor opvolgers-kandidaat en dit steeds binnen éénzelfde lijst. Bij het uitbrengen van een lijststem èn naamstemmen op een lijst, vervalt de lijststem.
  • De hoofdbureaus maken onder de geldige stembiljetten een onderscheid, per lijst, voor vier ondercategorieën :

      1. stembiljetten met louter een lijststem ;
      2. stembiljetten met één of meerdere stemmen, enkel voor titularissen (naamstemmen) ;
      3. stembiljetten met stemmen voor een of meerdere titularissen en opvolgers (naamstemmen) ;
      4. stembiljetten met één of meerdere stemmen, enkel voor opvolgers (naamstemmen).

In het raam van de aanwijzing van de gekozenen, zullen enkel in aanmerking komen voor de overdracht van stemmen ten gunste van de titularissen-kandidaat van een lijst, de stembiljetten van de ondercategorieën 1 en 4 en voor de overdracht van de stemmen ten gunste van de opvolgers-kandidaat, de stembiljetten van de ondercategorieën 1 en 2.

In geen geval mogen de stembiljetten van de ondercategorie 3 in aanmerking genomen worden voor welke overdracht hoedanook.

N.B.

  • Er dient hier te worden opgemerkt dat vanaf 2003 uitsluitend de lijsten voorafgaandelijk tot de zetelverdeling zijn toegestaan, die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen in de kieskring of het kiescollege behaald hebben (= de kiesdrempel van 5 % voor de toelating tot de zetelverdeling).
  • Het aantal stembiljetten ten gunste van de orde van voordracht tellen voortaan echter slechts mee voor de helft.

Stemcijfer = totaal van de ondercategorieën van 1 tot 4 : 72.000

Aantal verworven zetels : 4

Verkiesbaarheidscijfer : 14.400 of (72.000) / (4 + 1)

Verdeling van het stemcijfer volgens :

ondercategorie :

  1. 7.000
  2. 25.000
  3. 34.000
  4. 6.000

72.000

  • Aantal stembiljetten ten gunste van de orde van voordracht van de titularissen-kandidaat = 13.000 :2 = 6.500 (ondercategorieën 1 + 4)
  • Aantal stembiljetten ten gunste van de orde van voordracht van de opvolgers-kandidaat =

32.000 : 2 = 16.000 (ondercategorieën 1 + 2)

 

 

Titularissen-kandidaat

Naamstemmen

Overdracht
voor
titularissen-kandidaat

Totaal
Naamstemmen

Gekozenen

1

12.000

+ 2.400

14.400

4ème

 

 

2

17.000

-

17.000

2ème

 

 

3

20.000

-

20.000

1er

 

 

4

5.000

+ 4.100

  9 100

-

 

 

5

15.000

-

15.000

3ème

 

 

 

 

6.500

 

 

 

 

Zijn als titularis-kandidaat verkozen in volgorde :

nr. 3, 2, 5 en 1.

Opvolgers-kandidaat

Naamstemmen

Overdracht voor opvolgers

Totaal
Naamstemmen

Gekozenen

1

13.000

+ 1.400

14.400

2ème

2

25.000

-

25.000

1er

3

8.000

+ 6.400

14.400

3ème

4

1.000

+ 8.200

9.200

4ème

 

 

16.000

 

 

Zijn als opvolger-kandidaat verkozen in volgorde :

nr. 2, 1, 3 en 4

N.B. De aanwijzing van de gekozenen (titularissen en opvolgers) voor de verkiezingen van het Europees Parlement en de Parlementen van gewest en gemeenschap geschiedt op bovenstaande wijze op 7 juni 2009.

Nouveautés