Europa en Regio
 

Directie van de Verkiezingen

     
IBZ
 
Kandidaatstelling bij de diverse verkiezingen

KANDIDAATSTELLING VOOR DE VERKIEZING VAN HET EUROPEES PARLEMENT
(Art.21 Wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement)

De voordracht van de kandidaturen voor de verkiezing van het Europees Parlement moet ondertekend worden :

  1. hetzij : door tenminste vijf Belgische parlementsleden die in het belgische parlement tot de taalgroep behoren, die overeen­stemt met de taal die de kandidaten voor de verkiezing van het Euro­pees parlement in hun taalverklaring hebben gekozen ;

  2. hetzij :

    1. door tenminste 5000 kiezers die zijn ingeschreven op de kiezerslijst van een gemeente van de Vlaamse kieskring of van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, voor wat de voordrachten betreft die zijn neergelegd bij het college­hoofd­bu­reau van het Nederlands kiescollege ;

    2. door tenminste 5000 kiezers die zijn ingeschreven op de kiezerslijst van een gemeente van de Waalse kieskring of van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, voor wat de voordrachten betreft die zijn neergelegd bij het college­hoofd­bu­reau van het Franse kiescollege ;

    3. door tenminste 200 kiezers die zijn ingeschreven op de kiezerslijst van een gemeente van de Duitstalige kieskring, voor wat de voordrachten betreft die zijn neergelegd bij het collegehoofdbureau van het Duitstalig kiescollege.

Indien de kiezers die de voordracht doen niet voorkomen op de kiezerslijst van de gemeente waar het collegehoofdbureau is gevestigd, wordt bij de voordrachtsakte een uittreksel gevoegd uit de kiezerslijst van de gemeente waar zij zijn ingeschreven.

Een kiezer mag niet meer dan één voordrachtsakte ondertekenen.

Overhandiging van de voordracht :

  • aan de voorzitter van het Collegehoofdbureau te Mechelen, te Namen of te Eupen.

  • door ten minste 1 van de 3 ondertekenaars, die daartoe door de kandidaten werden aangewezen, of door 1 van de 2 kandidaten, die daartoe werden aangewezen door de parlementsleden die de kandidaten voordragen.

Tijdstip van de overhandiging :

Op vrijdag 10 april 2009, achtenvijftigste dag tussen 14 en 16 uur, of op zaterdag 11 april 2009, zevenenvijftigste dag vóór de stemming tussen 9 en 12 uur.

Vermeldingen in de voordrachtsakte :

  • de naam ;
  • de voornamen ;
  • de geboortedatum ;
  • het geslacht ;
  • het beroep ;
  • de hoofdverblijfplaats van de kandidaten ;
  • in voorkomend geval, hetzelfde van de kiezers die hen voordragen ;
  • het letterwoord of logo dat bovenaan de kandidatenlijst moet komen ;
  • het identificatienummer van de kandidaat in het Rijksregister (facultatief).

De identiteit van de vrouwelijke kandidaat die gehuwd of weduwe is, mag voorafgegaan worden door de naam van haar echtgenoot of overleden echtgenoot.

  • Het verschil tussen het aantal kandidaten (titularissen en opvolgers) van elk geslacht mag niet groter zijn dan één op een lijst.

De eerste twee kandidaten van elke lijst moeten van verschillend geslacht zijn. Voor de andere plaatsten is er geen preciese en verplichte volgorde man-vrouw (het “ritssysteem” tussen man-vrouw is niet verplicht), doch de verhouding 50/50 voor de totale lijst moet steeds worden gerespecteerd. Ook onvolledige lijsten moeten deze bepalingen naleven.

  • De voordracht vermeldt het letterwoord of het logo dat boven de kandidatenlijsten moet komen op het stembiljet. Het letterwoord of het logo, waarbij dit laatste de grafische voorstelling is van de naam van de lijst, bestaat uit ten hoogste 18 karakters.

  • De voordracht die een beschermd letterwoord of logo (en nationaal volgnummer) wenst te gebruiken, moet vergezeld zijn van een deugdelijk attest van de parlementaire politieke formatie.

  • Het identificatienummer van de kandidaat (titularis of opvolger) in het Rijksregister (“nationaal nummer” in 11 cijfers vermeld op identiteitskaart en sociale zekerheidskaart). Dit nummer vereenvoudigt de digitale verwerking van de kandidatenlijsten door de kieshoofdbureaus (vermijden van fouten in de identiteitsgegevens) moet niet verplichtend worden meegedeeld bij de kandidatuurstelling, doch dit is wenselijk en aan te raden bij de kandidatuurstelling.

  • De voordrachtsakte geeft de rangorde aan, waarin de kandidaten voorgedragen zijn. In dezelfde akte moeten de kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers in twee afzonderlijke categorieën gerangschikt staan.

  • Een kandidaat kan, binnen dezelfde lijst, tegelijk als kandidaat-titularis en als kandidaat-opvolger worden voorgedragen.

  • Een kandidaat mag niet voorkomen op meer dan 1 lijst in een kiescollege. Niemand mag voor deze verkiezing in meer dan 1 kiescollege worden voorgedragen. Een kandidaat (aftredend parlementslid) mag geen akte tot bescherming van een letterwoord of logo ondertekenen en tegelijk kandidaat zijn op een lijst die een ander beschermd letterwoord of logo gebruikt.

  • Er mogen niet meer kandidaat-titularissen voorkomen dan er leden te verkiezen zijn op een lijst.

  • Het maximum aantal kandidaat-opvolgers op een lijst wordt vastgesteld op de helft van het aantal kandidaat-titularissen, vermeerderd met 1 (de eventuele breuk bij het delen wordt afgerond naar de hogere éénheid). Er moeten evenwel minstens 6 kandidaat-opvolgers zijn.

  • Voor de kandidaten die onderdanen zijn van een andere lidstaat van de Europese Unie, omvat de akte van bewilliging voor ieder van hen een schriftelijke en ondertekende verklaring waarin zijn/haar hoofdverblijfplaats vermeld worden en waarin bevestigd wordt dat hij/zij tegelijkertijd niet in een andere lidstaat kandidaat is. Bovendien moet een attest van de bevoegde overheid van de Staat van herkomst bijgevoegd worden, waarin verklaard wordt dat de kandidaat in die Staat op de datum van de verkiezing niet van het passief kiesrecht vervallen verklaard noch geschorst is of dat haar daarvan niets bekend is.

Bewilliging :

De voordrachten van kandidaten zijn slechts ontvankelijk, indien ze zijn vergezeld van een verklaring van bewilliging. De bewilliging moet gebeuren in een gedagtekende en ondertekende schriftelijke verklaring, die tegen ontvangstbewijs moet overhandigd worden aan de voorzitter van het collegehoofdbureau en dit binnen dezelfde termijn als voor de voor­dracht van de kandidaten.

In hun verklaring van bewilliging verbinden de kandidaten (titularissen en opvolgers) zich ertoe, de wetsbepalingen inzake beperking en controle van de verkiezingsuitgaven in acht te nemen en deze bij de voorzitter van het collegehoofdbureau binnen 45 dagen na de verkiezing aan te geven. Zij verbinden er zich bovendien toe de herkomst van de geldmiddelen aan te geven en daarbij de identiteit van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer hebben gedaan, te registreren.

De bewilligende kandidaten (kandidaten en titularissen), wier namen op eenzelfde voordrachtsakte staan, worden geacht een enkele lijst te vormen en in te stemmen met de rangschikkingsorde van de voordrachtsakte.

In de bewilligingsakte mag één getuige en één plaatsvervangend getuige worden aangewezen om de vergaderingen van het collegehoofdbureau en de door dat bureau, na de stemming, te vervullen verrichtingen bij te wonen, alsmede één getuige en één plaatsvervangend getuige voor elk kantonhoofdbureau om de vergaderingen en de door dit bureau na de stemming te vervullen verrichtingen bij te wonen.

N.B. De model-formulieren voor de kandidaatstelling worden geplaatst op onze website.

Samenvattend :

Om in België verkozen te kunnen worden voor het Europees Parlement moet men :

  • Zijn woonplaats hebben in één van de lidstaten van de Europese Unie, Belg zijn of onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie en geen kandidaat zijn in een andere lidstaat van de Europese Unie op 1 april 2009
  • De burgerlijke en politieke rechten genieten op 7 juni 2009
  • De leeftijd van 21 jaar bereikt hebben op 7 juni 2009
  • Nederlandstalig zijn voor het Nederlandse kiescollege, Franstalig voor het Franse kiescollege of Duitstalig voor het Duitstalige kiescollege.



KANDIDAATSTELLING VOOR DE VERKIEZING VAN DE PARLEMENTEN VAN GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
(Art. 28bis Bijzondere Wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen – Vlaams Parlement en Waals Parlement ; Art. 17 Bijzondere Wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen en Art. 22 Wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen)

Ondertekening van de voordracht

  1. Vlaams Parlement en Waals Parlement.

    • De voordracht moet ondertekend worden door hetzij een minimum aantal kiezers, hetzij een minimum aantal aftredende leden van de betrokken Parlement.

    • De voordracht wordt ondertekend,

      • hetzij :

        1. door ten minste 500 kiezers voor kieskringen met meer dan 900.000 inwoners

        2. door ten minste 400 kiezers voor kieskringen met 400.000 tot 900.000 inwoners

        3. door ten minste 200 kiezers voor kieskringen met minder dan 400.000 inwoners

      • hetzij : door ten minste twee aftredende leden van de betrokken Parlement.

    • De kiezers die kandidaten voordragen, moeten ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van een gemeente dat deel uitmaakt van de desbetreffende kieskring, sedert tenminste de negentigste dag die aan de vastgestelde datum van de verkiezing voorafgaat.

    • Een kiezer mag niet meer dan één voordracht van kandidaten voor dezelfde verkiezing ondertekenen.

    Een aftredend Parlementslid mag in dezelfde kieskring niet meer dan één voordracht van kandidaten voor dezelfde verkiezing ondertekenen.

  2. Brussels Hoofdstedelijk Parlement.

    • De voordracht van de kandidaten voor de verkiezing van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement moet ondertekend worden door :

      • hetzij ten minste 500 kiezers voor het Parlement, die bovendien tot dezelfde taalgroep behoren als de voorgedragen kandidaten ;

      • De kiezers die kandidaten voordragen, moeten ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van een gemeente die deel uitmaakt van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en dit sedert tenminste de negentigste dag die aan de vastgestelde datum van de verkiezing voorafgaat.

      • hetzij door ten minste één aftredend lid van het Parlement dat bovendien tot dezelfde taalgroep als de voorgedragen kandidaten behoort.

    • De kiezers die kandidaten voordragen moeten ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van een gemeente van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

    • Een kiezer mag niet meer dan één voordracht voor dezelfde verkiezing ondertekenen.

    N.B. Er is tevens de directe verkiezing van de 6 Brusselse leden van het Vlaams Parlement.

  3. Parlement van de Duitstalige Gemeenschap.

    • De voordracht van de kandidaturen voor het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap moet ondertekend worden :

      • hetzij door ten minste drie aftredende leden van het Parlement

      • hetzij door tenminste honderd kiezers van de Duitstalige kieskring.

    • Een kiezer mag niet meer dan één voordracht voor dezelfde verkiezing ondertekenen.

    Indien kiezers die de voordracht doen, niet voorkomen op de lijst van de kiezers van de gemeente die de hoofdplaats is van het kiesgebied (Eupen), wordt bij de voordrachtsakte een uittreksel gevoegd uit de kiezerslijst van de gemeente waar zij zijn ingeschreven.

Overhandiging van de voordracht :

  • aan de voorzitter van het kieskringhoofdbureau.

  • door ten minste één van de drie ondertekenaars daartoe door de kandidaten in hun bewilligingsverklaring aangewezen of door één van de twee kandidaten daartoe aangewezen door de leden van het Parlement die de kandidaten voordragen.

N.B. Het kieskringhoofdbureau wordt in het Brussels Gewest “Gewestbureau” genoemd.

Tijdstip van de overhandiging :

De voordrachten van kandidaten worden aan de voorzitter van het kieskringhoofdbureau ter hand gesteld op zaterdag 9 mei 2009, de negenentwintigste, of op zondag 10 mei 2009, de achtentwintigste dag vóór de stemming, tussen 13 en 16 uur.

Vermeldingen in de voordrachtsakte :

  • de naam ;
  • de voornamen ;
  • de geboortedatum ;
  • het geslacht ;
  • het beroep ;
  • de hoofdverblijfplaats van de kandidaten ;
  • in voorkomend geval, hetzelfde van de kiezers die hen voordragen ;
  • het letterwoord of logo dat bovenaan de kandidatenlijst moet komen ;
  • het identificatienummer van de kandidaat in het Rijksregister (facultatief).

De identiteit van de vrouwelijke kandidaat die gehuwd of weduwe is, mag voorafgegaan worden door de naam van haar echtgenoot of overleden echtgenoot.

  • Het verschil tussen het aantal kandidaten (titularissen en opvolgers) van elk geslacht mag niet groter zijn dan één op een lijst.

Bij de eerste twee kandidaten van elke lijst moeten van verschillend geslacht zijn. Voor de andere plaatsten is er geen precieze en verplichte volgorde man-vrouw (het “ritssysteem” tussen man-vrouw is niet verplicht), doch de verhouding 50/50 voor de totale lijst moet steeds worden gerespecteerd. Ook onvolledige lijsten moeten deze naleven.

  • De voordracht vermeldt het letterwoord of het logo dat boven de kandidatenlijsten moet komen op het stembiljet. Het letterwoord of het logo, waarbij dit laatste de grafische voorstelling is van de naam van de lijst, bestaat uit ten hoogste 18 karakters.

  • De voordracht die een beschermd letterwoord of logo (en nationaal volgnummer) wenst te gebruiken, moet vergezeld zijn van een deugdelijk attest van de parlementaire politieke formatie.

  • Het identificatienummer van de kandidaat (titularis of opvolger) in het Rijksregister (“nationaal nummer” in 11 cijfers vermeld op identiteitskaart en sociale zekerheidskaart). Dit nummer vereenvoudigt de digitale verwerking van de kandidatenlijsten door de kieshoofdbureaus (vermijden van fouten in de identiteitsgegevens) moet niet verplichtend worden meegedeeld bij de kandidatuurstelling, doch dit is wenselijk en aan te raden bij de kandidatuurstelling.

  • De voordrachtsakte geeft de rangorde aan, waarin de kandidaten voorgedragen zijn. In dezelfde akte moeten de kandidaat-titularissen en de kandidaat-opvolgers in twee afzonderlijke categorieën gerangschikt staan.

  • Een kandidaat kan, binnen dezelfde lijst, tegelijk als kandidaat-titularis en als kandidaat-opvolger worden voorgedragen.

  • Een kandidaat mag niet voorkomen op meer dan 1 lijst in een kieskring. Niemand mag voor de verkiezing in meer dan 1 kieskring worden voorgedragen. Een kandidaat (aftredend parlementslid) mag geen akte tot bescherming van een letterwoord of logo ondertekenen en tegelijk kandidaat zijn op een lijst die een ander beschermd letterwoord of logo gebruikt.

  • Er mogen niet meer kandidaat-titularissen voorkomen dan er leden te verkiezen zijn op een lijst.

  • De algemene regel van het aantal opvolgers is dat het aantal opvolgers gelijk moet zijn aan het aantal te verkiezen leden in een kieskring ; doch met een absoluut maximum van 16 opvolgers en met een absoluut minimum van 4 opvolgers.

Bewilliging.

De voordrachten van kandidaten zijn slechts ontvankelijk, indien ze zijn vergezeld van een verklaring van bewilliging. De bewilliging moet gebeuren in een gedagtekende en onderte­kende schrif­telijke verklaring, die tegen ontvangstbewijs moet overhandigd worden aan de voorzitter van het kieskringhoofdbureau en dit binnen dezelfde termijn als voor de voor­dracht van de kandidaten.

In hun verklaring van bewilliging verbinden de kandidaten (titularissen en opvolgers) zich ertoe, de wetsbepalingen inzake beperking en controle van de verkiezingsuitgaven in acht te nemen en deze bij de voorzitter van het collegehoofdbureau binnen 45 dagen na de verkiezing aan te geven. Zij verbinden er zich bovendien toe de herkomst van de geldmiddelen aan te geven en daarbij de identiteit van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer hebben gedaan, te registreren.

De bewilligende kandidaten, wier namen op eenzelfde voordrachtsakte staan, worden geacht een enkele lijst te vormen en in te stemmen met de rangschikkingsorde van de voordrachtsakte.

In de bewilligingsakte mag één getuige en één plaatsvervangend getuige worden aangewezen om de vergaderingen van het kieskringhoofdbureau en de door dat bureau, na de stemming, te vervullen verrichtingen bij te wonen, alsmede één getuige en één plaatsvervangend getuige voor elk kantonhoofdbureau om de vergaderingen en de door dit bureau na de stemming te vervullen verrichtingen bij te wonen.

N.B. De model-formulieren voor de kandidaatstelling worden geplaatst op onze website.

Samenvattend :

Om in België verkozen te kunnen worden voor een Parlement van gewest of van Gemeenschap moet men :

  • Belg zijn op 1 april 2009
  • De burgerlijke en politieke rechten genieten op 7 juni 2009
  • De leeftijd van 18 jaar bereikt hebben op 7 juni 2009
  • Ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van een gemeente van zijn Gewest op 7 december 2008.

Nouveautés