FR | NL | DE
Links|Contact|Sitemap|Help|
Zoek:
Logo du site de la Belgique
Directie van de Verkiezingen
rss Imprimer la page

Telling, verdeling van de zetels en aanwijzing van de verkozenen

A. De stemopneming

  • Er is geen stemopneming in geval van elektronische stemming (telling direct in het kantonhoofdbureau).

De stemopnemingsbureaus (of "telbureaus") moeten op de dag van de stemming ten laatste om 14 uur zijn samengesteld.

  • Samenstelling van het stemopnemingsbureau A (Kamer) en B (Gewest- en Gemeenschapsparlementen).
  • Samenstelling van het stemopnemingsbureau C (totalisatiebureau – Europees Parlement) ten laatste om 16 uur (echter geen mededeling van de uitslagen voor 22 uur).

De voorzitter, de bijzitters en de secretaris leggen de eed af (art. 109 Kieswetboek – KWB).
Het stemopnemingsbureau begint met stemopneming zodra het alle voor hem bestemde omslagen heeft ontvangen (art. 154 KWB).

Er zijn aparte stemopnemingsbureaus (“telbureaus”) voor de verkiezingen van de Kamer, de Gewest- en Gemeenschapsparlementen en het Europese Parlement. In alle kieskringen worden de stemopnemingsbureaus gesplitst in een bureau A (telling stembiljetten Kamer), een bureau B (telling stembiljetten Gewest- en Gemeenschapsparlementen) en een bureau C (telling stembiljetten Europees Parlement

  • Ieder kantonhoofdbureau gaat over tot de telling van de stemmen per kanton, op basis van de opnemingstabellen van de stemopnemingsbureaus, en vermeldt ze in een verzamelstaat.

In de kantons waar er gebruik wordt gemaakt van de elektronische stemming, gaat de voorzitter van het kantonhoofdbureau, bij ontvangst van de gevensdragers uit de stembureaus, over tot de registratie van de stemmen op de gegevensdragers, waarna de totalisatie van de uitgebrachte stemmen voor de lijsten en de kandidaten geschiedt.
Het aantal neergelegde stemmen, het aantal blanco en ongeldige stemmen, alsook de stemcijfers en naamstemmen van de verschillende lijsten worden zo vlug mogelijk medegedeeld aan de Minister van Binnenlandse Zaken (art. 161, tiende lid KWB).  Dit gebeurt digitaal.  De Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken plaatst de uitslagen direct voor de burgers, media en kandidaten op het federaal portaal : www.belgium.be.
De voorzitters van de kantonhoofdbureaus zenden, digitaal met elektronische identiteitskaart (eID), hun proces-verbaal met hun verzamelstaat voor de verkiezing van de Kamer naar het kieskringhoofdbureau en hun verzamelstaat.

  • voor de verkiezing van de Kamer (kantonhoofdbureau A) naar het kieskringhoofdbureau A;
  • voor de verkiezing van de Gewest- en Gemeenschapsparlementen (kantonhoofdbureau B) naar het kieskringhoofdbureau B;
  • voor de verkiezing van het Europese Parlement (kantonhoofdbureau C) naar het Provinciehoofdbureau

Een papieren versie van het proces-verbaal wordt eveneens gedrukt voor de archivering.

  • De kieskringhoofdbureaus A in iedere kieskring voor de verkiezing van de Kamer zenden hun proces-verbaal met uitslagen, zetelverdeling en aanwijzing van gekozenen en opvolgers digitaal met eID naar de griffie van de Kamer en naar de Minister van Binnenlandse Zaken.
  • De kieskringhoofdbureaus B in iedere kieskring voor de verkiezing van de Gewest- en Gemeenschapsparlementen zenden hun proces-verbaal met uitslagen, zetelverdeling en aanwijzing van gekozenen en opvolgers digitaal met eID naar de griffie van de Kamer en naar de Minister van Binnenlandse Zaken.
  • Voor de verkiezing van de Senaat zal het provinciaal hoofdbureau een verzameltabel opmaken waarin de cijfers van de kantonhoofdbureaus uit de provincie zijn vervat. (NB: Er is geen provinciehoofdbureau in het Duitstalige college: de 2 kantonbureaus van dit college sturen de uitslagen rechtstreeks naar het collegehoofdbureau te Eupen.)

De provinciehoofdbureaus voor het Europese Parlement zenden hun proces-verbaal met de resultaten op digitale wijze met eID naar het collegehoofdbureau voor het Europese Parlement te Mechelen of te Namen.
Het collegehoofdbureau zendt zijn proces-verbaal met uitslagen, zetelverdeling en aanwijzing van gekozenen en opvolger voor zijn volledig kiescollege digitaal met eID naar de griffie van de Kamer en naar de Minister van Binnenlandse Zaken.
Een papieren versie van het proces-verbaal van ieder kieshoofdbureau wordt gedrukt voor de archivering.

Opmerking

In de kieskring Brussel-Hoofdstad is het provinciaal hoofdbureau voor de verkiezing van het Europese Parlement het hoofdbureau van de kieskring te Brussel, dat twee verzamelstaten moet opmaken :

  • één voor de voorzitter van het hoofdbureau van het Nederlands kiescollege te Mechelen;
  • één voor de voorzitter van het hoofdbureau van het Frans kiescollege te Namen.

B. Zetelverdeling

Europees Parlement

Kamer

Vlaams Parlement

Waals Parlement

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Duitstalig Gemeenschap

1°. Het Europese Parlement

De stemgegevens vanuit de provinciale hoofdbureaus worden verzameld in Mechelen (Nederlands kiescollege), Namen (Frans kiescollege) of Eupen (Duitstalig kiescollege). Voor het Europese Parlement zijn er geen lijstenverbindingen en gebeurt de zetelverdeling en de aanwijzing van de gekozenen overeenkomstig de behaalde uitslagen van de lijsten in de kiescolleges (12 gekozenen in Nederlands kiescollege en 8 gekozenen in Frans kiescollege en 1 gekozene in het Duitstalige kiescollege, volgens het systeem D'HONDT dat hieronder wordt uitgelegd .
Bij de verkiezing van het Europese Parlement is er geen kiesdrempel van 5% van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen in het kiescollege voor de lijsten om tot de zetelverdeling te worden toegelaten.

2°. De Kamer van Volksvertegenwoordigers

De voorzitter van het hoofdbureau A van de kieskring maakt een algemene verzamelstaat op met de resultaten van de verzamelstaten van de verschillende kantons.
Voortaan wordt voor de zetelverdeling het systeem D’HONDT in elke kieskring, die samenvalt met de provincie, toegepast zoals vastgelegd in artikel 167 van het Kieswetboek.
Tot de zetelverdeling worden enkel toegestaan de lijsten die minstens
5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen in de kieskring behaald hebben (art. 165bis KWB – Kiesdrempel van 5 % voor toelating tot de zetelverdeling).

Door de provincialisering van de kieskringen zijn er geen lijstenverbindingen meer of geen toepassing meer van de “apparentering” bij de zetelverdeling, daar de provincie de enige kieskring vormt.

3° Het Vlaamse Parlement

De voorzitter van het hoofdbureau B van de kieskring maakt een algemene verzamelstaat op met de resultaten van de verzamelstaten van de verschillende kantons.
In overeenstemming met de bepalingen van artikel 167 van het Kieswetboek (zie eveneens de artikelen 29ter en 29 quater van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen), zal voor de zetelverdeling voortaan het systeem D’HONDT toegepast worden.

Tot de zetelverdeling worden enkel toegestaan de lijsten die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen in de kieskring behaald hebben (art. 29 ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen – Kiesdrempel van 5 % voor toelating tot de zetelverdeling).

4° Het Waalse Parlement

De voorzitter van het hoofdbureau B van de kieskring maakt een algemene verzamelstaat op met de resultaten van de verzamelstaten van de verschillende kantons.
Voor de verkiezing van het Waalse Parlement is de apparentering van toepassing in de provincies Hengouwen, Luik, Luxemburg en Namen, die elk verschillende kieskringen tellen (niet in de provincie Waals-Brabant met enige kieskring Nijvel).

  • In overeenstemming met de bepalingen van artikel 167 van het Kieswetboek (zie eveneens de artikelen 29ter en 29 quater van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen), zal voor de zetelverdeling in de provincie Waals-Brabant voortaan het systeem D’HONDT toegepast worden in elke kieskring die samenvalt met de provincie.

Tot de zetelverdeling worden enkel toegestaan de lijsten die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen in de kieskring behaald hebben (art. 29 ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen) – Kiesdrempel van 5 % voor toelating tot de zetelverdeling).

  • Voor de provincies waar gebruik gemaakt wordt van apparentering, gebeurt een eerste zetelverdeling op niveau van het kieskringhoofdbureau en een bijkomende verdeling op niveau van het provinciale centrale bureau (= het kieskringhoofdbureau dat zetelt in de hoofdplaats van de provincie), dat eveneens overgaat tot de aanwijzing van de verkozenen en de opvolgers.

5° Het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest

De voorzitter van het gewestbureau maakt een algemene verzamelstaat op met de resultaten van de verzamelstaten van de verschillende kantons.

Van de 89 zetels die toegekend moeten worden aan het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement, worden er 72 vooraf toegekend aan de lijsten van de Franse taalgroep en 17 aan de lijsten van de Nederlandse taalgroep (art. 20 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen = BWBI).

Er wordt een kiesdrempel van 5 % per taalgroep ingevoerd voor de lijsten om te kunnen deelnemen aan de zetelverdeling. Enkel de lijsten of lijstenverbindingen van een bepaalde taalgroep die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen ten gunste van de lijsten of lijstenverbindingen van die betrokken taalgroep behaald hebben, kunnen dus deelnemen aan de zetelverdeling (art. 20, § 2 BWBI).

Alvorens over te gaan tot de verdeling van de toe te wijzen zetels, worden 72 zetels omgeslagen over alle lijstengroepen van kandidaten van de Franse taalgroep en worden 17 zetels omgeslagen over alle lijstengroepen van kandidaten van de Nederlandse taalgroep (art. 20, § 2 BWBI).

Het gewestbureau berekent voor elke taalgroep een kiesdeler door het algemene totaal van de stembrieven waarmee een geldige stem wordt uitgebracht op de lijsten van kandidaten van een taalgroep te delen door 72 voor de Franse taalgroep en door 17 voor de Nederlandse taalgroep. Het stemcijfer van elke groep van lijsten wordt gevormd door de optelling van het aantal stembrieven waarmee een geldige stem wordt uitgebracht op de lijsten van die groep.

Het gewestbureau deelt de stemcijfers van de groepen van lijsten door de kiesdeler die op hen betrekking heeft en stelt voor elke groep van lijsten het kiesquotiënt vast, waarvan de eenheden overeenkomen met het aantal onmiddellijk verworven zetels.  Het deelt vervolgens die stemcijfers achtereenvolgens door 1, 2, 3, enz. als de groep nog geen enkele definitief verworven zetel zou hebben ; door 2, 3, 4, enz. als de groep slechts één enkel verworven zetel zou hebben; door 3, 4, 5, enz., als de groep twee zetels zou hebben verworven ; enz. De eerste deling gebeurt telkens door een cijfer dat gelijk is aan het totale aantal zetels dat de groep zou halen als ze de eerste van de nog toe te wijzen zetels zou krijgen.

Het bureau rangschikt de quotiënten volgens hun grootte tot een aantal quotiënten wordt verkregen dat gelijk is aan het nog toe te wijzen aantal zetels ; bij elke nuttige quotiënt wordt een extra zetel toegekend aan de groep waarop het betrekking heeft.  Bij gelijke quotiënten wordt de overblijvende zetel toegekend aan de groep van lijsten met het hoogste stemcijfer.

Het gewestbureau verdeelt vervolgens, indien nodig, de zetels die elke de groep van lijsten aldus behaald heeft, onder de lijsten waaruit de groep bestaat en gaat over tot de zetelverdeling en de aanwijzing van de gekozenen en opvolgers volgens de regels vervat in de artikelen 29ter, 29quater, 29octies, 29nonies en 29nonies1 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen – BWFS (art. 20, § 3 BWBI).

Voor een gedetailleerde werking van de lijstenverbindingen, zie de onderrichtingen aan de kieskringhoofdbureaus (link) – punten 245 en volgende.

6. Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap

De voorzitter van het kieskringhofodbureau stelt een algemene verzamelstaat op met de uitslagen van de verzamelstaten van de verschillende kantons.

In overeenstemming met de bepalignen van artikel 167 van het Kieswetboek (zie eveneens artikel 44 van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen) zal voor de zetelverdeling voortaan het systeem D’HONDT toegepast worden.

Tot de zetelverdeling worden enkel toegestaan de lijsten die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen in de kieskring behaald hebben (art. 43bis van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen – Kiesdrempel van 5 %).

Toepassing van het systeem D’HONDT

- vaststelling van het stemcijfer van elke lijst :
overeenkomstig artikel 166 KWB wordt het stemcijfer van een lijst gevormd door het totaal van de stembiljetten waarop één of meer geldige stemmen voor die lijst is uitgebracht.  Dit totaal wordt verkregen door optelling van de vier ondercategorieën (= stembiljetten met lijststemmen + stembiljetten met naamstemmen (titularissen en/of opvolgers) voor die lijst).
-  de kiesdeler zoeken :
Ø men deelt het stemcijfer van elke lijst door 1, 2, 3, 4, enz….
Ø de bekomen quotiënten worden genummerd naar grootte tot aan het aantal te verdelen zetels.   Het laatste genummerde quotiënt dat recht heeft op een zetel wordt onderlijnd en is de kiesdeler.

Een cijfervoorbeeld ter verduidelijking (systeem D'HONDT) :
11 zetels moeten verdeeld worden over 5 lijsten.
De kiesdeler bedraagt 10.000.

Lijstnummer

1

2

3

4

5

Stemcijfer

54.000

40.000

21.000

9.800

5.200

Noemers

Quotiënten

1

(I)     54.000

(II)      40.000

(IV)     21.000

9.800

5.200

2

(III)  27.000

(V)      20.000

(V)       10.500

4.900

 

3

(VI)  18.000.

(VIII) 13.333

              7.000

 

 

4

(VII) 13.500

(XI)    10.000

 

 

 

5

(IX)  10.800

             8.000

 

 

 

6

           9.000

             6.666

 

 

 

7

           7.714

 

 

 

 

De verdeling van de zetels gebeurt door aan iedere lijst zoveel zetels toe te kennen, als  haar stemcijfer de kiesdeler bevat.   De deling moet in principe niet worden voortgezet tot aan de breuken.
Alleen wanneer het laatste nuttige quotiënt dat de toekenning van de laatste zetel vaststelt tegelijkertijd op 2 lijsten voorkomt, kan het verschil uit de verwaarloosde breuk voortkomen. In dat geval moet de deling tot de breuken worden voortgezet.
Indien het quotiënt volstrekt identiek is voor twee lijsten zal de zetel worden toegekend aan de lijst met degene van de twee voor dit mandaat concurrerende kandidaten, die de meeste stemmen bekomen heeft of, in de tweede plaats, die de hoogste leeftijd heeft.
Indien een lijst meer zetels behaalt dan zij kandidaten heeft, dan worden de niet toegekende zetels gevoegd bij die welke aan de overige lijsten toekomen.
De verdeling onder deze lijsten geschiedt door de deling van de stemcijfers verder door te drijven tot alle mandaten kunnen worden verdeeld.

Apparentering

De zetelverdeling in geval van lijstenverbinding of apparentering gebeurt op onderstaande wijze:

 

  • Vaststelling van de kiesdeler in het kieskringhoofdbureau.
  • De kiesdeler wordt in dit geval verkregen door het aantal geldige stembiljetten te delen door het aantal toe te kennen zetels in de kieskring.

  • Bepaling van het kiesquotiënt van elke lijst
  • Dit wordt verkregen door het stemcijfer van de lijst te delen door de kiesdeler. Het kiesquotiënt geeft door het cijfer van zijn eenheden, het aantal zetels dat onmiddellijk aan de lijst is toegekend (eerste zetelverdeling tussen de lijsten).

  • Precisering van de lokale breuk
  • De lokale breuk maakt het mogelijk om het aantal zetels te bepalen dat de lijst zal verkrijgen op basis van de provinciale zetelverdeling. De lokale breuk wordt verkregen door het kiesquotiënt van elke lijst te delen door het aantal onmiddellijk aan de lijst toegekende zetels, verhoogd met een eenheid.

  • Bepaling van het provinciale stemcijfer in het Provinciaal Centraal Bureau
  • Hiertoe worden de stemcijfers van alle lijsten die een groep vormen in de kieskringen van de provincie, opgeteld.

  • Vaststelling van het aantal zetels dat nog toegekend moet worden in de provincie:
    • Vastlegging van het quorum
    • Om deel te nemen aan de provinciale zetelverdeling, moet een lijst in minstens 1 kieskring een stemcijfer hebben behaald dat gelijk aan of groter is dan 66% van de kiesdeler van deze kieskring. De geïsoleerde lijsten die aan deze voorwaarde voldoen, kunnen eveneens deelnemen aan de provinciale zetelverdeling.

    • Verdeling van de nog toe te kennen zetels
    • Het provinciale stemcijfer van de lijst moet nog gedeeld worden door het aantal onmiddellijk verkregen zetels in de verschillende kieskringen, vermeerderd met 1, 2, 3, 4 enz.
      De quotiënten die zo verkregen worden, worden vervolgens per grootte ingedeeld in functie van het aantal nog te verdelen zetels.

    • Aanwijzing van de kieskringen waar bijkomende zetels toegekend worden
    • Deze zetels worden eerst toegekend aan de geïsoleerde lijsten, te beginnen met diegene die het hoogste quotiënt heeft.
      Voor de lijsten die een groep vormen, gebeurt de aanwijzing door de kiesdeler van de kieskring te delen door het aantal onmiddellijk toegekende zetels, vermeerderd met 1, 2, 3, 4 enz.
      De bijkomende zetels die toegekend worden aan de lijst zullen naar de kieskring gaan waar de lijst de hoogste lokale breuk heeft verkregen, op voorwaarde natuurlijk dat er in deze kieskring nog een zetel toe te kennen is (voor een gedetailleerde werking van de lijstenverbindingen, zie de onderrichtingen voor de kieskringhoofdbureaus – punten 226 en volgende).

C. Aanwijzing van de gekozenen (kandidaten en opvolgers – Art. 172 en 173 KWB)

N.B. Deze regel is niet van toepassing op het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, aangezien de verkiezing hiervan gebeurt zonder afzonderlijk voorgedragen opvolgers.

  • Indien het aantal door de lijsten behaalde mandaten hoger of gelijk is aan het aantal te begeven zetels, zijn alle kandidaten van die lijst verkozen.

Wanneer het aantal kandidaten hoger is dan het aantal aan de lijst toegekende zetels, worden de zetels toegekend aan de kandidaten die de meeste stemmen bekomen hebben.Bij staking van stemmen heeft de voordrachtsorde de voorkeur.
De aanwijzing van de gekozenen gebeurt op dezelfde wijze voor het Europese Parlement en voor de Kamer en voor de Gewest- en Gemeenschapsparlementen (onverschillig of er lijstenverbinding is of niet), met uitzondering van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap.

  • Na de verdeling van de zetels onder de lijsten, gaat het bureau over tot de aanduiding van de kandidaten aan wie deze mandaten toegekend zijn.

Voor deze aanwijzing wordt geen enkele verdeling van de helft van stembiljetten ten gunste van de overdracht gedaan : 1° wanneer het aan een lijst toekomend aantal zetels groter is dan dat van haar titularissen en opvolgers samen ; 2° wanneer dit aantal gelijk is aan dat van de titularissen en opvolgers samen (art. 172, laatste lid en art. 167 KWB).

Het bureau dient de helft van stembiljetten ten gunste van de overdracht niet vooraf te verdelen maar enkel de titularissen aan te duiden : 1° wanneer het aantal van de aan de lijst toekomende zetels gelijk is aan dat van haar kandidaten-titularissen ; 2° wanneer het groter is dan het aantal titularissen (art.172, laatste lid, en art. 167 van het Kieswetboek).

Wanneer een lijst minder zetels bekomt dan zij kandidaten-titularissen telt, zijn de kandidaten verkozen op wier naam het grootste aantal stemmen werden uitgebracht tot het aan de lijst toegekend getal zetels uitgeput is.  Bij staking van stemmen heeft de voordrachtsakte de voorkeur.

  • Vóór de aanwijzing van de verkozenen, gaat het bureau over tot de individuele toewijzing aan de kandidaat-titularissen van de helft van de stembiljetten die ten gunste van de orde van voordracht zijn uitgebracht.  Die toewijzing geschiedt door overdracht.

Voortaan wordt bij de aanwijzing van de gekozen kandidaten en de opvolgers slechts rekening gehouden met de helft van de stembiljetten ten gunste van de overdracht, zodat de invloed van het (eigen) aantal behaalde naamstemmen door de kandidaten aanzienlijk wordt vergroot.

Artikel 172, tweede lid van het Kieswetboek bepaalt hoe de overdracht gedaan wordt voor de kandidaat-titularissen.

Het is een aan iedere lijst eigen verkiesbaarheidscijfer dat tot maatstaf voor de overdracht van de stembiljetten dient.  Dit cijfer bekomt het bureau door het stemcijfer van de lijst te delen door het aantal toegekende zetels, vermeerderd met één eenheid. Hoe klein de breuk ook zij, toch wordt zij altijd naar boven afgerond.

  • Voor deze aanduiding wordt geen enkele verdeling van de stembiljetten ten gunste van de overdracht gedaan wanneer het aantal kandidaat-titularissen van een lijst gelijk is aan het aantal zetels dat aan de lijst toekomt. Al die kandidaat-titularissen zijn dan gekozen.

Wanneer een lijst minder zetels bekomt dan zij kandidaat-titularissen telt, zijn de kandidaat-titularissen gekozen op wier naam het meest stemmen werden uitgebracht, tot het aan de lijst toegekend getal zetels uitgeput is.  Bij staking van stemmen, heeft de voordrachtsorde de voorkeur.
Voor de aanwijzing van de gekozenen dient het bureau dus niet alleen rekening te houden met de naamstemmen, maar ook met de helft van de stembiljetten die onder de eerstgeplaatste kandidaat-titularissen bij overdracht worden verdeeld.

  • Alvorens de gekozenen aan te wijzen, kent het hoofdbureau aan de kandidaat-titularissen individueel de helft van het aantal stembiljetten toe ten gunste van de volgorde van voordracht van deze kandidaten.  Deze helft wordt vastgesteld door het totaal van de stembiljetten die inbegrepen zijn in de subcategorieën bedoeld in artikel 156, § 1, tweede lid, 1° (aantal stembiljetten met loutere lijststemmen) en 4° (aantal stembiljetten met naamstemmen voor één of meer kandidaat-opvolgers) van het Kieswetboek, te delen door twee.  De toekenning van deze stembiljetten gebeurt door overdracht.  Zij worden toegevoegd aan de naamstemmen die de eerste kandidaat-titularis  van de lijst heeft behaald, voor wat nodig is om het verkiesbaarheidscijfer dat specifiek is voor elke lijst, te bereiken.  Is er een overschot, dan wordt het op gelijkaardige wijze toegekend aan de tweede kandidaat-titularis, vervolgens aan de derde en zo verder, totdat de helft van het aantal stembiljetten die gunstig zijn voor de volgorde van voordracht van deze kandidaten, uitgeput is (art. 172 KWB). 

Het verkiesbaarheidscijfer dat specifiek is voor elke lijst, wordt bereikt door het stemcijfer (of kiescijfer) van de lijst te delen door het aantal toegekende zetels aan de lijst, vermeerderd met één eenheid.

  • Aan de kandidaat, die in aanmerking komt en die zoveel of meer naamstemmen bekomen heeft als het cijfer van verkiesbaarheid, moeten geen stembiljetten ten gunste aan de volgorde van voordracht meer toegekend worden.

In de praktijk, indien het aantal lijststemmen groot is, trekt men niet telkenmale van het totaal aantal stembiljetten ten gunste van de overdracht het aantal toegekende stembiljetten af. Enkel op het ogenblik waarop het bureau denkt dat het dit totaal nagenoeg uitgeput heeft, vergewist het zich van het getal nog beschikbare stembiljetten, door van het totaal stembiljetten ten gunste van de overdracht het totaal van reeds toegekende stembiljetten af te trekken.

  • De eventuele decimalen van het quotiënt dat verkregen wordt, enerzijds, door het aantal stembiljetten ten gunste van de overdracht te delen door twee om het aantal van deze door overdracht tussen de kandidaten (titularissen of opvolgers) van de lijst te verdelen stembiljetten vast te stellen en, anderzijds, door het stemcijfer van de lijst te delen door het aantal plus één van de zetels die aan die lijst toekomen, om het verkiesbaarheidscijfer dat specifiek is voor elke lijst, te bepalen worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht het feit of zij al dan niet 0,50 bereiken (art. 173bis KWB).
  • Na de kandidaat-titularissen voor elke lijst als verkozen aangewezen te hebben, gaat het bureau over tot het aanwijzen van de opvolgers, overeenkomstig artikel 173 van het Kieswetboek.

In elke lijst waarvan één of meer kandidaten als titularis zijn gekozen, worden de kandidaat-opvolgers die de meeste stemmen hebben behaald, of bij gelijk aantal stemmen, in de orde van inschrijving op het stembiljet, eerste, tweede, derde opvolger, enz. verklaard.
Voorafgaandelijk aan hun aanwijzing gaat het hoofdbureau, nadat het de titularissen aangewezen heeft, over tot de individuele toekenning aan de kandidaat-opvolgers, van de helft van het aantal stembiljetten die gunstig zijn    voor de volgorde van voordracht van deze kandidaten.  Deze helft wordt vastgesteld door het totaal van de stembiljetten die inbegrepen zijn in de subcategorieën bedoeld in artikel 156, § 1 tweede lid, 1° (aantal stembiljetten met lijststemmen) en 2° (aantal stembiljetten met naamstemmen voor kandidaat-titularissen) van het Kieswetboek, te delen door twee.
De toekenning van deze stembiljetten gebeurt door overdracht.  Zij worden toegevoegd aan de naamstemmen die de eerste kandidaat-opvolger heeft behaald, voor wat nodig is om het verkiesbaarheidscijfer te bereiken. Is er een overschot, dan wordt het op gelijkaardige wijze toegekend aan de tweede kandidaat-opvolger, vervolgens aan de derde en zo verder, volgens de volgorde van voordracht, totdat de helft van het aantal stembiljetten die gunstig zijn voor de volgorde van voordracht van deze kandidaten, uitgeput is.
Er wordt niets toegekend aan de kandidaten die tegelijk als kandidaat-titularis en als kandidaat-opvolger voorgedragen worden en die reeds aangewezen zijn als gekozenen bij de kandidaat-titularissen.

Voorbeeld van aanwijzing van gekozen kandidaten en opvolgers

  • De kiezer kan ofwel een lijststem uitbrengen, ofwel één of meerdere naamstemmen voor kandidaat-titularissen, ofwel één of meerdere naamstemmen voor kandidaat-opvolgers, ofwel één of meerdere naamstemmen voor kandidaat-titularissen èn voor kandidaat-opvolgers en dit steeds binnen éénzelfde lijst.  Bij het uitbrengen van een lijststem èn naamstemmen op een lijst, vervalt de lijststem.
  • De overdracht van de stembiljetten ten gunste van de volgorde van kandidaten (titularissen of opvolgers) wordt beperkt met de helft, zodat de bekomen naamstemmen doorslaggevender worden.
  • De hoofdbureaus maken onder de geldige stembiljetten een onderscheid, per lijst voor vier ondercategorieën (art. 156 KWB) :
  • stembiljetten met louter een lijststem
  • stembiljetten met één of meerdere stemmen, enkel voor kandidaat-titularissen
  • stembiljetten met stemmen voor één of meerdere kandidaat-titularissen èn kandidaat-opvolgers
  • stembiljetten met één of meerdere stemmen, enkel voor kandidaat-opvolgers.

In het raam van de aanwijzing van de gekozen kandidaten, zullen enkel in aanmerking komen voor de overdracht van stemmen ten gunste van de kandidaat-titularissen van een lijst, de helft van de stembiljetten van de ondercategorieën 1 en 4 voor de overdracht van de stemmen ten gunste van de kandidaat-opvolgers, de helft van de stembiljetten van de ondercategorieën 1 en 2.
In geen geval mogen de stembiljetten van de ondercategorie 3 in aanmerking genomen worden voor welke overdracht hoedanook.
Stemcijfer (art. 166 KWB) = totaal van de ondercategorieën van 1 tot 4 : 72.000
Aantal verworven zetels : 4
Verkiesbaarheidscijfer : 14.400 of (72.000)  
                                    (4 + 1)
Verdeling van het stemcijfer volgens :

ondercategorie

1

7.000

 

2

25.000

 

3

34.000

 

4

6.000

 

 

72.000

  • Aantal stembiljetten ten gunste van de orde van voordracht van de kandidaat-titularissen : 13.000 : 2 = 6.500 (ondercategorieën 1 + 4) (art. 172 KWB)
  • Aantal stembiljetten ten gunste van de orde van voordracht van de kandidaat-opvolgers : 32.000 : 2 = 16.000 (ondercategorieën 1 + 2) (art. 173 KWB)

Kandidaat-titularissen

Naamstemmen

Overdracht voor kandidaat-titu­larissen

Totaal Naamstemmen

Gekozenen

1

12.000

+ 2.400

14.400

4de

2

17.000

     -

17.000

2de

3

20.000

     -

20.000

1ste

4

  5.000

+ 4.100

9.100

-

5

15.000

    -

15.000

3de

 

 

6.500

 

 

Zijn als kandidaat-titularissen verkozen in volgorde :
nr. 2, 1, 3 en 4

Kandidaat-opvolgers

Naamstemmen

Overdracht voor kandidaat-op­volgers

Totaal Naamstemmen

Opvolgers

1

13.000

+ 1.400

14.400

2de

2

25.000

      -

25.000

1ste

3

  8.000

+ 6.400

14.400

3de

4

  1.000

+ 8.200

  9.200

4de

 

 

16.000

 

 

Zijn als kandidaat-opvolgers verkozen in volgorde :
nr. 2, 1, 3 en 4

Bijzonder geval: het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap

De aanwijzing van de verkozenen en opvolgers binnen dit Parlement gebeurt volgens een methode die gelijkaardig is aan deze die gebruikt wordt voor de verkiezing van het Europese Parlement en de Gewest- en Gemeenschapsparlementen.
Omdat de lijsten echter geen aparte opvolgers hebben, gebeurt de indeling van de stemmen slechts in twee subcategorieën en de overdracht van de stemmen op een aangepaste wijze. Zie het voorbeeld dat volgt.

Voorbeeld van aanwijzing van gekozenen en opvolgers bij de Raad van de Duitstalige Gemeenschap

  • Doordat er geen aparte opvolgers zijn op een lijst kan de kiezer, ofwel een lijststem uitbrengen ofwel één of meerdere naamstemmen op kandidaten en dit steeds binnen éénzelfde lijst.

    Bij het uitbrengen van een lijststem èn naamstemmen op een lijst, vervalt de lijststem.
    De overdracht van de lijststemmen ten gunste van de volgorde van kandidaten wordt beperkt met de helft, zodat de bekomen naamstemmen doorslaggevender worden

  • Nadat de gekozen kandidaten zijn aangewezen, wordt overgegaan tot de aanduiding van de opvolgers. Wanneer één of meerdere kandidaten op dezelfde lijst verkozen zijn, worden de niet-gekozen kandidaten op dezelfde lijst op dezelfde wijze aangeduid tot opvolger.
    • Aantal stembiljetten met een loutere lijststem : 33.000
    • Aantal stembiljetten met naamstemmen : 39.000
    • Stemcijfer : 72.000
    • Aantal verworven zetels : 4
    • Verkiesbaarheidscijfer : (72.000) / (4 + 1) = 14.400
    • Aantal stemmen voor overdracht : 33.000 : 2 = 16.500
    • Gekozenen :

Kandidaten

Naamstemmen

Overdracht

Totaal naamstemmen

Gekozenen

1

9.600

+ 4.800

14.400

3de

2

2.100

+ 11.700

14.400

4de

3

7.700

-

7.700

4

8.400

-

8.400

5

17.300

-

17.300

1ste

6

9.700

-

9.700

7

16.000

-

16.000

2de

16.500

Zijn als kandidaten verkozen, in volgorde :
Kandidaten nr. 5, 7, 1 en 2.

Kandidaten

Naamstemmen

Overdracht

Totaal naamstemmen

Gekozenen

3

7.700

+ 6.700

14.400

1ste

4

8.400

+ 6.000

14.400

2de

6

9.700

+ 3.800

13.500

3de

16.500

Zijn als opvolgers verkozen, in volgorde :
Kandidaten nr. 3, 4 en 6.

Nieuws

12.10.2018
Officiële statistiek betreffende de kiezers – Verkiezingen van 14.10.2018 - Statistiek van de kiezers per nationaliteit
21.08.2018
Statistiek betreffende de kiezers (31/07/2018-01/08/2018) – Verkiezingen van 14.10.2018
25.06.2018
Vereenvoudigde verkiezingsagenda 26.05.2019
26.04.2018
Formulieren voor de inschrijving van Europese burgers voor de Europese verkiezingen van 26 mei 2019
20.04.2018
Volmachtformulieren voor gelijktijdige verkiezingen van 26 mei 2019

Nieuws

12.10.2018
Officiële statistiek betreffende de kiezers – Verkiezingen van 14.10.2018 - Statistiek van de kiezers per nationaliteit
21.08.2018
Statistiek betreffende de kiezers (31/07/2018-01/08/2018) – Verkiezingen van 14.10.2018
25.06.2018
Vereenvoudigde verkiezingsagenda 26.05.2019
26.04.2018
Formulieren voor de inschrijving van Europese burgers voor de Europese verkiezingen van 26 mei 2019
20.04.2018
Volmachtformulieren voor gelijktijdige verkiezingen van 26 mei 2019