Federaal
 

Directie van de Verkiezingen

     
IBZ
 
Stemopneming, zetelverdeling en aanwijzing gekozenen

 1.             De stemopneming.

-         Er is geen stemopneming in geval van geautomatiseerde stemming (telling direct in het kantonhoofdbureau).

De stemopnemingsbureaus (of "telbureaus") moeten op de dag van de stemming ten laatste om 14 uur zijn samengesteld.

De voorzitter, de bijzitters en de secretaris leggen de eed af (art. 109 KWB).

Het stemopnemingsbureau begint met stemopneming zodra het alle voor hem bestemde omslagen heeft ontvangen (art. 154 KWB).

Voor de wetgevende verkiezingen worden de stemopnemingsbureaus gesplitst in een bureau A (telling stembiljetten Kamer) en een bureau B (telling stembiljetten Senaat) in de kieskringen waar meer dan 6 Volksvertegenwoordigers worden gekozen.   Ze zijn gevestigd in de hoofdplaats van het kanton in de gebouwen die de voorzitter van het kantonhoofdbureau heeft aangewezen.   In alle kieskringen zijn de stemopnemingsbureaus gesplitst, behalve in de kieskringen Waals-Brabant, Luxemburg en Namen.

-         Ieder kantonhoofdbureau gaat over tot de telling van de stemmen per kanton, op basis van de opnemingstabellen van de stemopnemingsbureaus, en vermeldt ze in een verzamelstaat.

In de kantons waar er gebruik wordt gemaakt van de geautomatiseerde stemming, gaat de voorzitter van het kantonhoofdbureau, bij ontvangst van de geheugendragers uit de stembureaus, over tot de registratie van de stemmen op de geheugendragers, waarna de totalisatie van de uitgebrachte stemmen voor de lijsten en de kandidaten geschiedt.

Het aantal blanco en ongeldige stembiljetten en de stemcijfers van de verschillende lijsten worden zo vlug mogelijk medegedeeld aan de Minister van Binnenlandse Zaken (art. 161, tiende lid KWB).  Dit gebeurt digitaal of per telefoon en fax.

De voorzitters van de kantonhoofdbureaus zenden hun verzamelstaat voor de verkiezing van de Kamer naar het kieskringhoofdbureau en hun verzamelstaat voor de verkiezing van de Senaat naar het provinciaal hoofdbureau (= kieskringhoofdbureau in de provinciehoofdplaats).

Voor de verkiezing van de Senaat zal het provinciaal hoofdbureau een verzameltabel opmaken waarin de cijfers van de kantonhoofdbureaus uit de provincie zijn vervat.

Opmerking :

In de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde is het provinciaal hoofdbureau voor de verkiezing van de Senaat het hoofdbureau van de kieskring te Brussel, dat twee verzamelstaten moet opmaken :

·       één voor de voorzitter van het hoofdbureau van het Nederlands kiescollege te Mechelen;

·       één voor de voorzitter van het hoofdbureau van het Frans kiescollege te Namen.

2.             Algemene berekeningen voor de Senaat en de Kamer

1°            De Senaat.

De stemgegevens vanuit de provinciale hoofdbureaus worden verzameld in Mechelen (Nederlands kiescollege) of in Namen (Frans kiescollege).   Voor de Senaat zijn er geen lijstenverbindingen en gebeurt de zetelverdeling en de aanwijzing van de gekozenen overeenkomstig de behaalde uitslagen van de lijsten in de kiescolleges (25 gekozenen in Nederlands kiescollege en 15 gekozenen in Frans kiescollege volgens systeem D'HONDT).

2°            De Kamer van Volksvertegenwoordigers.

De voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring maakt een algemene verzamelstaat op met de resultaten van de verzamelstaten van de verschillende kantons.

Door de provincialisering van de kieskringen zijn er geen lijstenverbindingen meer of geen toepassing meer van de “apparentering” bij de zetelverdeling, daar de provincie de enige kieskring vormt.  Hierop is een uitzondering voor de kieskringen Leuven, Brussel-Halle-Vilvoorde en Waals-Brabant.

Voortaan wordt voor de zetelverdeling het systeem D’HONDT in elke kieskring, die samenvalt met de provincie, toegepast zoals vastgelegd in artikel 167 van het Kieswetboek.

Tot de zetelverdeling worden enkel toegestaan de lijsten die minstens
5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgedrukte stemmen in de kieskring behaald hebben (art. 165bis KWB).

Het aantal zetels dat aan elke lijst toekomt, in het systeem D’HONDT, bekomt men door haar stemcijfer te delen door de kiesdeler.  De kiesdeler zelf bekomt men door volgende bewerkingen (art. 167 KWB).

De stemcijfers van de lijsten worden op een horizontale lijn geschreven en achtereenvolgens gedeeld door 1, 2, 3, 4 enz.  De quotiënten worden onder de stemcijfers geschreven.

Verrichtingen die voortvloeien uit het beginsel van de evenredige vertegenwoordiging (artikel 62 Grondwet) – Toepassing van het systeem D'HONDT :

·       vaststelling van het stemcijfer van elke lijst :

overeenkomstig artikel 166 KWB wordt het stemcijfer van een lijst gevormd door het totaal van de stembiljetten waarop één of meer geldige stemmen voor die lijst is uitgebracht.  Dit totaal wordt verkregen door optelling van de vier ondercategorieën (= stembiljetten met lijststemmen + stembiljetten met naamstemmen (titularissen en/of opvolgers) voor die lijst).

·       de kiesdeler zoeken :

ã        men deelt het stemcijfer van elke lijst door 1, 2, 3, 4, enz….

ã        de bekomen quotiënten worden genummerd naar grootte tot aan het aantal te verdelen zetels.   Het laatste genummerde quotiënt dat recht heeft op een zetel wordt onderlijnd en is de kiesdeler.

Een cijfervoorbeeld ter verduidelijking (systeem D'HONDT) :

11 zetels moeten verdeeld worden over 5 lijsten.

De kiesdeler bedraagt 10.000.

Lijstnummer

1

2

3

4

5

Stemcijfer

54.000

40.000

21.000

9.800

5.200

Noemers

Quotiënten

1

(I)     54.000

(II)      40.000

(IV)     21.000

9.800

5.200

2

(III)  27.000

(V)      20.000

(V)       10.500

4.900

 

3

(VI)  18.000.

(VIII) 13.333

              7.000

 

 

4

(VII) 13.500

(XI)    10.000

 

 

 

5

(IX)  10.800

             8.000

 

 

 

6

           9.000

             6.666

 

 

 

7

           7.714

 

 

 

 

De verdeling van de zetels gebeurt door aan iedere lijst zoveel zetels toe te kennen, als  haar stemcijfer de kiesdeler bevat.   De deling moet in principe niet worden voortgezet tot aan de breuken.

Alleen wanneer het laatste nuttige quotiënt dat de toekenning van de laatste zetel vaststelt tegelijkertijd op 2 lijsten voorkomt, kan het verschil uit de verwaarloosde breuk voortkomen.   In dat geval moet de deling tot de breuken worden voortgezet.

Indien het quotiënt volstrekt identiek is voor twee lijsten zal de zetel worden toegekend aan de lijst met degene van de twee voor dit mandaat concurrerende kandidaten, die de meeste stemmen bekomen heeft of, in de tweede plaats, die de hoogste leeftijd heeft.

Indien een lijst meer zetels behaalt dan zij kandidaten heeft, dan worden de niet toegekende zetels gevoegd bij die welke aan de overige lijsten toekomen.

De verdeling onder deze lijsten geschiedt door de deling van de stemcijfers verder door te drijven tot alle mandaten kunnen worden verdeeld.

3.             Aanwijzing van de gekozenen (kandidaten en opvolgers – Art. 172 en 173 KWB).

-         Indien het aantal door de lijsten behaalde mandaten hoger of gelijk is aan het aantal te begeven zetels, zijn alle kandidaten van die lijst verkozen.

Wanneer het aantal kandidaten hoger is dan het aantal aan de lijst toegekende zetels, worden de zetels toegekend aan de kandidaten die de meeste stemmen bekomen hebben. 

Bij staking van stemmen heeft de voordrachtsorde de voorkeur.

De aanwijzing van de gekozenen gebeurt op dezelfde wijze voor de Senaat en voor de Kamer (onverschillig of er lijstenverbinding is of niet).

-         Na de verdeling van de zetels onder de lijsten, gaat het bureau over tot de aanduiding van de kandidaten aan wie deze mandaten toegekend zijn.

Voor deze aanwijzing wordt geen enkele verdeling van de helft van stembiljetten ten gunste van de overdracht gedaan : 1° wanneer het aan een lijst toekomend aantal zetels groter is dan dat van haar titularissen en opvolgers samen ; 2° wanneer dit aantal gelijk is aan dat van de titularissen en opvolgers samen (art. 172, laatste lid en art. 167 KWB).

Het bureau dient de helft van stembiljetten ten gunste van de overdracht niet vooraf te verdelen maar enkel de titularissen aan te duiden : 1° wanneer het aantal van de aan de lijst toekomende zetels gelijk is aan dat van haar kandidaten-titularissen ; 2° wanneer het groter is dan het aantal titularissen.

Wanneer een lijst minder zetels bekomt dan zij kandidaten-titularissen telt, zijn de kandidaten verkozen op wier naam het grootste aantal stemmen werden uitgebracht tot het aan de lijst toegekend getal zetels uitgeput is.  Bij staking van stemmen heeft de voordrachtsakte de voorkeur.

Vóór de aanwijzing van de verkozenen, gaat het bureau over tot de individuele toewijzing aan de kandidaat-titularissen van de helft van de stembiljetten die ten gunste van de orde van voordracht zijn uitgebracht.  Die toewijzing geschiedt door overdracht.

Voortaan wordt bij de aanwijzing van de gekozen kandidaten en de opvolgers slechts rekening gehouden met de helft van de stembiljetten ten gunste van de overdracht, zodat de invloed van het (eigen) aantal behaalde naamstemmen door de kandidaten aanzienlijk wordt vergroot.

Artikel 172, tweede lid van het Kieswetboek bepaalt hoe de overdracht gedaan wordt voor de kandidaat-titularissen.

Het is een aan iedere lijst eigen verkiesbaarheidscijfer dat tot maatstaf voor de overdracht van de stembiljetten dient.  Dit cijfer bekomt het bureau door het stemcijfer van de lijst te delen door het aantal toegekende zetels, vermeerderd met één eenheid. Hoe klein de breuk ook zij, toch wordt zij altijd naar boven afgerond.

-         Voor deze aanduiding wordt geen enkele verdeling van de stembiljetten ten gunste van de overdracht gedaan wanneer het aantal kandidaat-titularissen van een lijst gelijk is aan het aantal zetels dat aan de lijst toekomt.   Al die kandidaat-titularissen zijn dan gekozen.

Wanneer een lijst minder zetels bekomt dan zij kandidaat-titularissen telt, zijn de kandidaat-titularissen gekozen op wier naam het meest stemmen werden uitgebracht, tot het aan de lijst toegekend getal zetels uitgeput is.  Bij staking van stemmen, heeft de voordrachtsorde de voorkeur.

Voor de aanwijzing van de gekozenen dient het bureau dus niet alleen rekening te houden met de naamstemmen, maar ook met de helft van de stembiljetten die onder de eerstgeplaatste kandidaat-titularissen bij overdracht worden verdeeld.

Alvorens de gekozenen aan te wijzen, kent het hoofdbureau aan de kandidaat-titularissen individueel de helft van het aantal stembiljetten toe ten gunste van de volgorde van voordracht van deze kandidaten.  Deze helft wordt vastgesteld door het totaal van de stembiljetten die inbegrepen zijn in de subcategorieën bedoeld in artikel 156, § 1, tweede lid, 1° (aantal stembiljetten met loutere lijststemmen) en 4° (aantal stembiljetten met naamstemmen voor één of meer kandidaat-opvolgers) van het Kieswetboek, te delen door twee.  De toekenning van deze stembiljetten gebeurt door overdracht.  Zij worden toegevoegd aan de naamstemmen die de eerste kandidaat-titularis  van de lijst heeft behaald, voor wat nodig is om het verkiesbaarheidscijfer dat specifiek is voor elke lijst, te bereiken.  Is er een overschot, dan wordt het op gelijkaardige wijze toegekend aan de tweede kandidaat-titularis, vervolgens aan de derde en zo verder, totdat de helft van het aantal stembiljetten die gunstig zijn voor de volgorde van voordracht van deze kandidaten, uitgeput is (art. 172 KWB).

Het verkiesbaarheidscijfer dat specifiek is voor elke lijst, wordt bereikt door het stemcijfer (of kiescijfer) van de lijst te delen door het aantal toegekende zetels aan de lijst, vermeerderd met één eenheid.

Opmerking :

De kandidaat die tegelijk in de Kamer en in de Senaat verkozen is, moet tussen de twee mandaten kiezen en zijn keuze bekendmaken aan elk van de twee vergaderingen binnen drie dagen na de afkondiging van zijn verkiezing door het kieskring- of collegehoofdbureau ; hij /zij wordt vervangen in de vergadering waarin hij/zij gekozen heeft niet te zetelen, door de eerste opvolger van de lijst waarop hij/zij verkozen werd (art. 118 KWB).

-         Aan de kandidaat, die in aanmerking komt en die zoveel of meer naamstemmen bekomen heeft als het cijfer van verkiesbaarheid, moeten geen stembiljetten ten gunste aan de volgorde van voordracht meer toegekend worden.

In de praktijk, indien het aantal lijststemmen groot is, trekt men niet telkenmale van het totaal aantal stembiljetten ten gunste van de overdracht het aantal toegekende stembiljetten af. Enkel op het ogenblik waarop het bureau denkt dat het dit totaal nagenoeg uitgeput heeft, vergewist het zich van het getal nog beschikbare stembiljetten, door van het totaal stembiljetten ten gunste van de overdracht het totaal van reeds toegekende stembiljetten af te trekken.

-         De eventuele decimalen van het quotiënt dat verkregen wordt, enerzijds, door het aantal stembiljetten ten gunste van de overdracht te delen door twee om het aantal van deze door overdracht tussen de kandidaten (titularissen of opvolgers) van de lijst te verdelen stembiljetten vast te stellen en, anderzijds, door het stemcijfer van de lijst te delen door het aantal plus één van de zetels die aan die lijst toekomen, om het verkiesbaarheidscijfer dat specifiek is voor elke lijst, te bepalen worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht het feit of zij al dan niet 0,50 bereiken (art. 173bis KWB).

-         Na de kandidaat-titularissen voor elke lijst als verkozen aangewezen te hebben, gaat het bureau over tot het aanwijzen van de opvolgers, overeenkomstig artikel 173 van het Kieswetboek.

In elke lijst waarvan één of meer kandidaten als titularis zijn gekozen, worden de kandidaat-opvolgers die de meeste stemmen hebben behaald, of bij gelijk aantal stemmen, in de orde van inschrijving op het stembiljet, eerste, tweede, derde opvolger, enz. verklaard.

Voorafgaandelijk aan hun aanwijzing gaat het hoofdbureau, nadat het de titularissen aangewezen heeft, over tot de individuele toekenning aan de kandidaat-opvolgers, van de helft van het aantal stembiljetten die gunstig zijn voor de volgorde van voordracht van deze kandidaten.  Deze helft wordt vastgesteld door het totaal van de stembiljetten die inbegrepen zijn in de subcategorieën bedoeld in artikel 156, § 1 tweede lid, 1° (aantal stembiljetten met lijststemmen) en 2° (aantal stembiljetten met naamstemmen voor kandidaat-titularissen) van het Kieswetboek, te delen door twee.

De toekenning van deze stembiljetten gebeurt door overdracht.  Zij worden toegevoegd aan de naamstemmen die de eerste kandidaat-opvolger heeft behaald, voor wat nodig is om het verkiesbaarheidscijfer te bereiken.  Is er een overschot, dan wordt het op gelijkaardige wijze toegekend aan de tweede kandidaat-opvolger, vervolgens aan de derde en zo verder, volgens de volgorde van voordracht, totdat de helft van het aantal stembiljetten die gunstig zijn voor de volgorde van voordracht van deze kandidaten, uitgeput is.

Er wordt niets toegekend aan de kandidaten die tegelijk als kandidaat-titularis en als kandidaat-opvolger voorgedragen worden en die reeds aangewezen zijn als gekozenen bij de kandidaat-titularissen.

Een kandidaat-opvolger moet tenminste 1 naamstem hebben behaald om als opvolger te kunnen worden aangeduid.

Voorbeeld van aanwijzing van gekozen kandidaten en opvolgers.

-  De kiezer kan ofwel een lijststem uitbrengen, ofwel één of meerdere naamstemmen voor kandidaat-titularissen, ofwel één of meerdere naamstemmen voor kandidaat-opvolgers, ofwel één of meerdere naamstemmen voor kandidaat-titularissen èn voor kandidaat-opvolgers en dit steeds binnen éénzelfde lijst.  Bij het uitbrengen van een lijststem èn naamstemmen op een lijst, vervalt de lijststem.

- De overdracht van de stembiljetten ten gunste van de volgorde van kandidaten (titularissen of opvolgers) wordt beperkt met de helft, zodat de bekomen naamstemmen doorslaggevender worden.

- De hoofdbureaus maken onder de geldige stembiljetten een onderscheid, per lijst voor vier ondercategorieën (art. 156 KWB) :

1.      stembiljetten met louter een lijststem ;

2.      stembiljetten met één of meerdere stemmen, enkel voor kandidaat-titularissen ;

3.      stembiljetten met stemmen voor één of meerdere kandidaat-titularissen èn kandidaat-opvolgers ;

4.      stembiljetten met één of meerdere stemmen, enkel voor kandidaat-opvolgers.

In het raam van de aanwijzing van de gekozen kandidaten, zullen enkel in aanmerking komen voor de overdracht van stemmen ten gunste van de kandidaat-titularissen van een lijst, de helft van de stembiljetten van de ondercategorieën 1 en 4 voor de overdracht van de stemmen ten gunste van de kandidaat-opvolgers, de helft van de stembiljetten van de ondercategorieën 1 en 2.

In geen geval mogen de stembiljetten van de ondercategorie 3 in aanmerking genomen worden voor welke overdracht hoedanook.

Stemcijfer (art. 166 KWB) = totaal van de ondercategorieën van 1 tot 4 : 72.000

Aantal verworven zetels : 4

Verkiesbaarheidscijfer : 14.400 of (72.000)

(4 + 1)

Verdeling van het stemcijfer volgens :

ondercategorie      1     7.000

2                   25.000

3                   34.000

4   6.000

72.000

-  Aantal stembiljetten ten gunste van de orde van voordracht van de kandidaat-titularissen : 13.000 : 2 = 6.500 (ondercategorieën 1 + 4) (art. 172 KWB)

-  Aantal stembiljetten ten gunste van de orde van voordracht van de kandidaat-opvolgers : 32.000 : 2 = 16.000 (ondercategorieën 1 + 2) (art. 173 KWB)

Kandidaat-titularissen

Naamstemmen

Overdracht voor kandidaat-titu­larissen

Totaal Naamstemmen

Gekozenen

1

12.000

+ 2.400

14.400

4de

2

17.000

     -

17.000

2de

3

20.000

     -

20.000

1ste

4

  5.000

+ 4.100

9.100

-

5

15.000

    -

15.000

3de

 

 

6.500

 

 

Zijn als kandidaat-titularissen verkozen in volgorde :

nr. 3, 2, 5 en 1.

Kandidaat-opvolgers

Naamstemmen

Overdracht voor kandidaat-op­volgers

Totaal Naamstemmen

Opvolgers

1

13.000

+ 1.400

14.400

2de

2

25.000

      -

25.000

1ste

3

  8.000

+ 6.400

14.400

3de

4

  1.000

+ 8.200

  9.200

4de

 

 

16.000

 

 

 Zijn als kandidaat-opvolgers verkozen in volgorde :

nr. 2, 1, 3 en 4

Nouveautés