Federaal
 

Directie van de Verkiezingen

     
IBZ
 
Hoe wordt in de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat samengesteld?

1. Samenstelling van de Kamer van Volksvertegenwoordigers

  1. De Kamer van Volksvertegenwoordigers telt 150  rechtstreeks verkozen leden (Art. 63 Grondwet).

De zetels worden verdeeld over de kieskringen volgens de bevolkingscijfers.
Elke kieskring telt zoveel keer een zetel als de federale deler in het cijfer van de bevolking van de kieskring begrepen is.  De federale deler wordt verkregen door het bevolkingscijfer van het Rijk te delen door 150.  De overblijvende zetels worden toegewezen aan de kieskringen met het grootste nog niet vertegenwoordigde bevolkingsoverschot.
Een kieskring bestaat uit één of meer administratieve arrondissementen. Voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers zijn er 11 kieskringen.  De kieskringen vallen voortaan samen met de provinciegrenzen, behalve voor de kieskringen Leuven en Brussel-Halle-Vilvoorde.
Het cijfer van de bevolking van elke kieskring wordt om de 10 jaar vastgesteld door een volkstelling. De Koning maakt binnen de zes maanden de uitslag ervan bekend. De laatste volkstelling was op 1 oktober 2001 en de resultaten ervan werden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt op 28 mei 2002. Na die bekendmaking bepaalt de Koning het aantal zetels dat aan elke kieskring toekomt (Koninklijk besluit van 22 januari 2003 – Belgisch Staatsblad van 7 februari 2003).

b. De verdeling van de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers over de kieskringen is als volgt :

De 11 kieskringen van de Kamer van Volksvertegenwoordigers

Nieuwe Provinciale Kieskringen

Aantal te kiezen leden – kandidaten

Aantal kandidaat-opvolgers

Hoofdbureau van de Kieskring

Vorige Kieskringen

(tot 2002)

Vorig aantal

(tot 2002)

Antwerpen

24

13

Antwerpen

· Antwerpen

· Mechelen-Turnhout

14

10

Limburg

12

7

Hasselt

· Hasselt-Tongeren-Maaseik

12

Oost-Vlaanderen

20

11

Gent

· Gent-Eeklo

· Sint-Niklaas-Dendermonde

· Aalst-Oudenaarde

8

6

6

West-Vlaanderen

16

9

Brugge

· Brugge

· Veurne-Diksmuide-Ieper-Oostende

· Kortrijk-Roeselare-Tielt

4

5

7

Kieskring Leuven

(Vlaams-Brabant)

Kieskring B-H-V
Waals-Brabant

7

22

5

6

12

6

Leuven
Brussel
Nijvel

· Leuven

· Brussel-Halle-Vilvoorde

· Nijvel

7

22

5

Henegouwen

19

11

Bergen

· Bergen-Zinnik

· Doornik-Ath-Moeskroen

· Charleroi-Thuin

6

4

8

Luik

15

9

Luik

· Luik

· Hoei-Borgworm

· Verviers

9

2

4

Luxemburg

4

6

Aarlen

· Aarlen-Marche-en-Famenne-Bastenaken– Neufchâteau– Virtron

4

Namen

6

6

Namen

· Namen-Dinant-Philippeville

7

TOTAAL

150

 

 

 

150

N.B.

  1. De kandidatenlijsten moeten worden ingediend bij de kieskringhoofdbureaus voor de Kamer en bij de collegehoofdbureaus voor de Senaat op de 29ste dag (tussen 14 en 16 uur) of 28ste dag (tussen 9 en 12 uur) vóór de stemming.
  2. De voorlopige afsluiting van de kandidatenlijsten in ieder hoofdbureau geschiedt op de 27ste dag vóór de stemming.
  3. De definitieve afsluiting van de kandidatenlijsten in ieder hoofdbureau gebeurt op de 24ste  dag vóór de stemming (ingeval van een beroep bij de rechterlijke macht is dit op de 20ste  dag vóór de stemming).
  4. Het aantal aparte kandidaat-opvolgers bedraagt maximaal de helft van het aantal te kiezen kandidaten plus 1 (cijfers na de komma worden verhoogd naar de volgende eenheid).  Er moeten minstens 6 opvolgers zijn.
  5. Op elk van de lijsten mag noch het verschil tussen het aantal kandidaten-titularissen van elk geslacht, noch het verschil tussen het aantal plaatsvervangende kandidaten van elk geslacht, groter zijn dan één. Noch de eerste twee kandidaat-titularissen, noch de eerste twee plaatsvervangende kandidaten van elk van de lijsten mogen van hetzelfde geslacht zijn.
  6. Bij de provinciale zetelverdeling wint de provincie Henegouwen een zetel ten nadele van de provincie Namen, ingevolge de samenvoeging van de bevolkingsoverschotten in de 3 kieskringen van de provincie Henegouwen.

2. De samenstelling van de Senaat

a. Senatoren van rechtswege (Art. 72 Grondwet)

De kinderen van de Koning of, indien er geen zijn, de Belgische nakomelingen van de tot regeren gerechtigde tak van de koninklijke familie, zijn van rechtswege senator wanneer zij de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, voor zover zij de eed van senator hebben afgelegd. Zij zijn pas stemgerechtigd vanaf 21 jaar (hoewel zij dit recht in de praktijk niet uitoefenen) en worden niet meegerekend bij het bepalen van het aanwezigheidsquorum.  Momenteel zijn Prins Filip, Prinses Astrid en Prins Laurent senator van rechtswege.

b. De rechtstreeks verkozen senatoren

De 2 kiescolleges van de Senaat

Kiescollege

3 Kieskringen

Hoofdbureau van het College

Aantal te kiezen leden

Nederlandstalig

·Vlaams Gewest (min arr. Halle-Vilvoorde)

·Kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde

Mechelen

25 (14 opvolgers)

Franstalig

·  Waals Gewest

·  Kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde

Namen

15 (9 opvolgers)

 

 

TOTAAL

40

De senaat telt 40 rechtstreeks verkozen senatoren :

  1. 15 senatoren rechtstreeks verkozen door het Frans kiescollege
  2. 25 senatoren rechtstreeks verkozen door het Nederlandstalig kiescollege

De Vlaamse kieskring omvat het grondgebied van het Vlaamse Gewest, met uitzondering van het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde.  Daar moeten de stemgerechtigde inwoners van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, die hun stem uitbrengen op een lijst die bij het Nederlandse kiescollege is ingediend, worden bijgeteld.


De Waalse kieskring omvat het grondgebied van het Waalse Gewest.  Daar moeten de stemgerechtigde inwoners van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, die hun stem uitbrengen op een lijst die bij het Franse kiescollege is ingediend, worden bijgeteld.

c. De gemeenschapssenatoren (Art. 67 Grondwet)

Er worden 21 senatoren aangewezen vanuit de regionale raden :

  1. 10 aangewezen door en uit het Vlaams Parlement
  2. 10 aangewezen door en uit het Parlement van de Franse Gemeenschap
  3. 1 aangewezen door en uit het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap

d. De gecoöpteerde senatoren (Art. 67 Grondwet)

10 senatoren worden aangewezen door de rechtsreeks verkozen senatoren en door de gemeenschapssenatoren. Het gaat hier om een getrapte verkiezing met evenredige vertegenwoordiging. De verdeling is als volgt :

  1. 6 senatoren worden aangewezen door de 25 rechtstreeks verkozen senatoren van het Nederlandse kiescollege en de 10 Vlaamse Gemeenschapssenatoren
  2. 4 senatoren worden aangewezen door de 15 rechtstreeks verkozen senatoren van het Franse kiescollege en de 10 Franse Gemeenschapssenatoren.

Nouveautés