Beschermde personen – stemrecht

Sinds de nieuwe wet bewindvoering (wet van 17 maart 2013, in voege sinds september 2014) moet de vrederechter zich uitdrukkelijk uitspreken over de handelingen waarvoor de beschermde persoon handelingsonbekwaam wordt. Over alle handelingen waarover de vrederechter zich niet heeft uitgesproken, blijft de beschermde persoon ‘bekwaam’. Met andere woorden, de loutere plaatsing onder een beschermingsstatuut heeft niet automatisch de handelingsonbekwaamheid voor de uitoefening van politieke rechten (en het verlies van stemrecht) tot gevolg.

De onbekwaamheid tot het uitoefenen van politieke rechten moet dus afzonderlijk worden uitgesproken en moet dit in zijn vonnis worden opgenomen. Dit wordt vervolgens meegedeeld aan de gemeente. In dat geval zal geen oproepingsbrief worden verstuurd.

Bijgevolg worden niet alle personen die in het verleden het statuut van voorlopige bewindvoering toegekend kregen, onbekwaam verklaard uit hun kiesrechten.